Nog maar 
17 Days
 om in te schrijven voor de WFRG Talentenjacht.
Iedereen
met een Flatcoated Retriever, ook als je geen lid bent, kan daaraan meedoen.

Het reglement is hier als PDF-document beschikbaar. U kunt het in een apart venster openen om te lezen, in te zoeken of af te drukken.
Hieronder vindt u een weergave van ons jachtproeven reglement in de vorm van hoofdstukken. U opent (of sluit) een hoofdstuk door op de titel te klikken.

Het reglement is hier als PDF-document beschikbaar. U kunt het in een apart venster openen om te lezen, in te zoeken of af te drukken.
Hieronder vindt u een weergave van ons jachtproeven reglement in de vorm van hoofdstukken. U opent (of sluit) een hoofdstuk door op de titel te klikken.

Voorwoord

Dit aangepaste jachtproevenreglement (JP-reglement) van het bestuur van de Werkende Flatcoated Retriever Groep (WFRG) is geldig vanaf 1 februari 2019. Met de doorgevoerde wijzigingen is dit reglement inhoudelijk afgestemd op de vanuit het Retrieveroverleg beschikbaar gestelde uniforme regelgeving.

In het JP-reglement is alles te vinden over de opzet en uitvoering van de JP-evenementen, die ieder jaar door de WFRG worden georganiseerd. Ook de procedures voor het inschrijven en de eventuele toelatingseisen zijn hierin beschreven.

Deelnemers aan een JP-evenement moeten op de hoogte te zijn van de regels die tijdens zo’n evenement van toepassing zijn en zij behoren die regels uiteraard ook na te leven. Dit is van belang voor het welslagen van dat evenement. Kennis van de reglementen is ook van belang voor de deelnemers aan een evenement. Zij weten dan immers waar zij aan toe zijn en komen daarom niet ineens voor verrassingen te staan.

Voor de agenda van de JP-evenementen verwijzen wij graag naar de website van de WFRG, naar de digitale ledenbrieven en naar onze Facebook pagina.

Er is naar gestreefd het taalgebruik in dit reglement zo helder en duidelijk mogelijk te houden. Voor het geval er toch nog vragen zijn is het bestuur altijd per e-mail bereikbaar via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Met dit nieuwe reglement komen alle vorige reglementen te vervallen.

Het bestuur van de WFRG

16 januari 2019

H1 - Algemene definities

art. 1.1
WFRG
Werkende Flatcoated Retriever Groep
art. 1.2
F.C.I.
Fédération Cynologique Internationale
art. 1.3
R.v.B.
Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
art. 1.4
K.N.J.V.
Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging
art. 1.5
ORWEJA
Organisatie Wedstrijdwezen van Jachthonden
art. 1.6
Bestuur
Het bestuur van de WFRG met als taak "het in stand houden van de Flatcoated Retriever als jachthond”.
art. 1.7
Retriever
Een hond behorende tot een ras dat door de F.C.I. is ingedeeld in rasgroep 8 (retrievers, spaniëls en waterhonden). Het is een hond die tijdens de praktische jacht wordt gebruikt voor het werk ná het schot.
art. 1.8
Flatcoated Retriever
Een hond met een stamboom behorende tot het ras Flatcoated Retriever als beschreven door de FCI in rasgroep 8.
art. 1.9
Rasvereniging
Een bij de RvB aangesloten kynologische vereniging die de belangen behartigt van één of meer hondenrassen.
art. 1.10
Ras
Een door de FCI of (voor Nederland) door de RvB erkend hondenras.
art. 1.11
JP-reglement
Het (onderhavige) reglement ter reglementering van de JP-evenementen, waarop geen (ORWEJA) reglement van toepassing is.
art. 1.12
JP-evenement
Een jachtproeven-evenement georganiseerd door het bestuur of een door het bestuur aangewezen organisatie.
art. 1.13
Club-evenement
Een JP-evenement waarop geen ORWEJA-regelgeving van toepassing is.
art. 1.14
ORWEJA-evenement
Een JP-evenement waarop ORWEJA-regelgeving van toepassing is.
art. 1.15
Proef
Elk der afzonderlijke proeven van een JP-evenement.
art. 1.16
Clubdiplomadag
Een Clubdiplomadag omvat een aantal gestandaardiseerde proeven van kunstmatige aard, waarbij het niveau en de bruikbaarheid van de hond voor het werk na het schot getest en beoordeeld wordt.
art. 1.17
Workingtest
Een Workingtest omvat een aantal niet-gestandaardiseerde proeven van kunstmatige aard, waarbij het niveau en de bruikbaarheid van de hond voor het werk na het schot getest en beoordeeld wordt.
Art. 1.18
WFRG-Trofee
Workingtest op A-niveau ter afsluiting van het wedstrijdseizoen voor (uitsluitend) Flatcoated Retrievers die zich daar, op basis van de behaalde resultaten in dat seizoen, voor hebben gekwalificeerd.
Art. 1.19
WFRG-Talentenjacht
Workingtest voor (uitsluitend) Flatcoated Retrievers waarbij een afwijkende klasse-indeling kan worden gehanteerd.
art. 1.20
Teamwedstrijd
Workingtest waarbij elk van de deelnemende teams bestaat uit drie retrievers met een verschillend africhtingsniveau.
art. 1.21
VUT-Wedstrijd
Workingtest voor retrievers van 8 jaar en ouder die niet meer aan de reguliere wedstrijden deelnemen.
art. 1.22
Koudwildtest
Een test voor jonge honden die tijdens een gesimuleerde jachtpraktijkdag beoordeeld worden op hun geschiktheid voor veldwedstrijden en jachtpraktijk, waarbij gebruik wordt gemaakt van koud wild.
art. 1.23
MAP
Meervoudige Apporteerproef (ORWEJA)
art. 1.24
OWT
ORWEJA Workingtest (ORWEJA)
art. 1.25
IWT
Internationale Workingtest waar teams uit verschillende landen aan meedoen. (FCI)
art. 1.26
SJP
Standaard Jachthondenproef (ORWEJA)
art. 1.27
Mock Trial
Een wedstrijd met dummy’s waarbij verschillende vormen van veldwedstrijden worden nagebootst en als zodanig worden gekeurd.
art. 1.28
Veldwedstrijd
Een wedstrijd met levend of pas geschoten wild, waarbij retrievers in het vrije veld, ná het schot worden beoordeeld op de mate waarin zij effectief, op raseigen wijze en in samenwerking met hun voorjager, werken. (ORWEJA)
art. 1.29
Voorjager
Degene die de retriever op een JP-evenement voorjaagt.
art. 1.30
Eigenaar
Degene die de retriever op een JP-evenement voorjaagt.
art. 1.31
Wedstrijdsecretaris
Een door het bestuur aangesteld persoon die belast is met de inschrijvingsprocedure van een JP-evenement.
art. 1.32
Wedstrijdsecretariaat te velde
Secretariaat op een evenement dat belast is met de controle op de aanmelding van deelnemende honden, het verzamelen en verwerken van de uitslagen en het geven van informatie over verloop en procedures bij JP-evenementen.
art. 1.33
Wedstrijdleider
Een door het bestuur aangestelde persoon die leiding geeft aan het JP-evenement en medeverantwoordelijk is voor het goede verloop daarvan.
art. 1.34
Afgevaardigde
Een door het bestuur aangewezen persoon die tijdens het JP-evenement toezicht houdt op de naleving van het JP-reglement.
art. 1.35
Keurmeester
Degene die bevoegd is een proef af te nemen, te beoordelen en met een cijfer te waarderen.
art. 1.36
Aspirant-keurmeester
Zij die te kennen hebben gegeven opgeleid te willen worden tot keurmeester en daartoe door het bestuur zijn aanvaard.
art. 1.37
Medewerker/Helper
Zij die helpen bij een JP-evenement.

H2 - Doelstellingen en reikwijdte

A. Doelstellingen

art. 2.1 Doelstelling WFRG
Eén van de doelen van de WFRG is het bevorderen en stimuleren van de werkeigenschappen van de Flatcoated Retriever, zonder daarbij de karaktereigenschappen uit het oog te verliezen. Om dat doel te bereiken organiseert het bestuur onder andere verschillende JP-evenementen.

art. 2.2 JP-evenement
Een JP-evenement is een evenement georganiseerd door het bestuur, of een door het bestuur aangewezen organisatie.

art. 2.3 Doel JP-evenement
Een JP-evenement heeft als doel de bruikbaarheid van een hond voor het werk ná het schot te testen en/of te beoordelen, en ook de eigenaren van een (Flatcoated) retriever te stimuleren om met hun hond te gaan werken.

B. Reikwijdte

art. 2.4 Toepasselijkheid club-evenementen
Dit reglement is van toepassing op de JP-evenementen als weergegeven in de hoofdstukken 7 t/m 10 en 12 t/m 15. Dat zijn alle (club-)evenementen waar geen ORWEJA-reglementen op van toepassing zijn. Het betreft:

  • Clubdiplomadag
  • Workingtest
  • WFRG-Trofee
  • WFRG-Talentenjacht
  • Teamwedstrijd
  • VUT-wedstrijd
  • Koudwildtest
  • Jachtpraktijkdag
  • Mock Trial

art. 2.5 Toepasselijkheid ORWEJA-evenementen
Het bestuur organiseert echter ook een aantal evenementen waarop ORWEJA-regelgeving van toepassing is. Op die proeven is dit regelement enkel van toepassing voor wat betreft de administratieve zaken, zoals de inschrijvings- en betalingsprocedure. Voor wat betreft de inhoud en uitvoering van het ORWEJA-evenement zelf gelden de reglementen zoals vastgesteld door de Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden (ORWEJA). De inhoud van de voor die evenementen toepasselijke reglementen kunt u vinden op de website van de ORWEJA. De ORWEJA-evenementen zijn:

  • Standaard Jachthondenproef (SJP)
  • Meervoudige Apporteerproef (MAP)
  • ORWEJA Workingtest (OWT)
  • IWT-selectiedag
  • Veldwedstrijd

H3 - Voorschriften voor het organiseren van een JP evenement

art. 3.1 Toestemming
Voor het organiseren van een JP-evenement is toestemming van het bestuur nodig.

art. 3.2 Toezicht
JP-evenementen staan onder toezicht van het bestuur, die dat toezicht tijdens het evenement laat uitoefenen door een afgevaardigde. Die afgevaardigde hoeft geen lid te zijn van het bestuur.

art. 3.3 Planning
Personen of instanties die een evenement willen organiseren dienen vroegtijdig contact op te nemen met het bestuur voor wat betreft datum, aantal deelnemers, plaats en soort evenement.

art. 3.4 Regels
De organiserende instantie dient zich te houden aan de algemene richtlijnen en instructies van het bestuur, en ook aan de inhoud van dit reglement.

art. 3.5 Verbod gebruik levend wild
Op geen enkel JP-evenement, de veldwedstrijd en de jachtpraktijkdag uitgezonderd, is het gebruik van levend wild in welke vorm dan ook, toegestaan.

art. 3.6 Dummy's
Tenzij anders vermeld, wordt op de proeven gebruik gemaakt van standaard (club-)dummy’s (500-grams, compleet met koordje en dwarshoutje, in de kleuren groen of oranje).

art. 3.7 Afwijkende dummy's
De organisatie van een JP-evenement kan besluiten, na overleg met de afgevaardigde en/of het bestuur, voor bepaalde apporten afwijkende dummy’s te gebruiken.

art. 3.8 Dummylauncher en Zinger Winger
In de B- en A- klasse kan de organisatie tijdens workingtesten gebruik maken van een dummy launcher en/of Zinger Winger, waarvan de dummy’s (plastic of canvas) geapporteerd moeten worden.

art. 3.9 Koud wild
Tijdens de clubdiplomadagen worden de proeven I en J met koud wild afgelegd.

art. 3.10 Sleepsporen
Tijdens de workingtesten zijn sleepsporen met koud wild en/of dummy’s toegestaan.
Bij sleepsporen met wild dient er eenzelfde stuk wild aan het eind van de sleep te liggen. Bij sleepsporen met een dummy dient er aan het eind van de sleep een dummy te liggen.

art. 3.11 Schot
Voor het afgeven van een schot in de C-, B- of A-klasse kan er gebruik worden gemaakt van o.a. jachtgeweer, alarmpistool, starterpistool of dummy launcher. Voor het jachtgeweer en de dummylauncher is een vergunning/verlof nodig in het kader van de Wet Wapens en Munitie, en ook toestemming van de grondeigenaar.

H4 - Inschrijving, betaling, toelating, gedragsregels en uitsluiting op een JP-evenement

art. 4.1 Aanvaarding reglement en instructiebevoegdheid
Door deelname aan een JP-evenement aanvaardt de deelnemer de rechtsmacht van de RvB en de werking van het Kynologisch Reglement, het ORWEJA-reglement en van dit JP-reglement. Een deelnemer wordt geacht bekend te zijn met die reglementen. Voorts aanvaardt de deelnemer daarmee de instructiebevoegdheid van het bestuur en/of de organisatie van het betreffende JP-evenement.

art. 4.2 Verklaring
De aanvaarding, zoals in artikel 4.1 is beschreven, wordt bevestigd tijdens de inschrijvingsprocedure. Hierin is een verklaring van aanvaarding opgenomen.

art. 4.3 Gelijkstelling
Voor de werking van de artikelen 4.1 en 4.2 worden als deelnemer verstaan zowel de eigenaar als de voorjager van de hond.

A. Inschrijving

art. 4.4 Bevoegdheid inschrijving
Alleen de eigenaar van de hond is gerechtigd de hond in te schrijven voor een JP-evenement.

art. 4.5 Digitale inschrijving verplicht
Inschrijving voor de JP-evenementen is mogelijk via het digitale inschrijvingssysteem van de WFRG (Club-evenementen) of MyOrweja (ORWEJA-evenementen).

art. 4.6 Digitaal inschrijvingssysteem
Het digitale inschrijfsysteem van de WFRG voor club-evenementen is te vinden via:

Voor meer info over de digitale inschrijvingsprocedure, zie de inschrijfpagina van de website van de WFRG:
https://wfrg.nl/index.php/evenementen/inschrijven

art. 4.7 Digitale inschrijvingsformulieren
Voor een beperkt aantal JP-evenementen (b.v. de Koudwildtest) wordt gebruik gemaakt van een speciaal aangemaakt digitaal inschrijvingsformulier. Digitale inschrijvingsformulieren zijn te vinden via:

N.B. Als van de omschreven inschrijvingsmethodiek wordt afgeweken, zal de wijze waarop dient te worden ingeschreven bij de aankondiging van het evenement bekend worden gemaakt.

art. 4.8 Digitale inschrijving ORWEJA-evenementen
Het digitale inschrijfsysteem van ORWEJA voor ORWEJA-evenementen is te vinden via:

art. 4.9 Wedstrijdkalender JP-evenementen
De Wedstrijdkalender is te vinden op de Evenementenpagina van de website van de WFRG.

art. 4.10 Opening- en sluitingsdata inschrijving club-evenementen

  1. Inschrijving voor een club-evenement staat in beginsel open vanaf 3 maanden voor het betreffende evenement. De precieze startdatum voor inschrijving van een club-evenement is te vinden op het digitale inschrijfsysteem van de WFRG en op de website van de WFRG.
  2. De sluitingsdatum voor een club-evenement is een maand voor het betreffende evenement, tenzij anders vermeld.

art. 4.11 Openings- en sluitingsdata inschrijving ORWEJA-evenementen
Voor de openings- en sluitingsdata voor de inschrijving voor de ORWEJA-evenementen wordt verwezen naar de website van ORWEJA.

art. 4.12 Bijlagen bij de inschrijving
Als er bij de inschrijving bijlagen moeten worden toegevoegd (zoals bijvoorbeeld de stamboom en het registratiebewijs van de hond) wordt dat bij de digitale inschrijvingsprocedure vermeld. De inschrijving is pas volledig als alle benodigde bijlagen zijn toegevoegd en de voorwaarden voor deelname (digitaal) zijn aanvaard. Per e-mail wordt een bevestiging van inschrijving ontvangen.

art. 4.13 Bevestiging deelname

  1. Uiterlijk een week voor het betreffende evenement wordt aan de deelnemer(s) per e-mail een bevestiging van deelname verzonden.
  2. Ook degenen die door overinschrijving van het evenement niet kunnen deelnemen zullen uiterlijk een week voor het betreffende evenement worden geïnformeerd.
  3. De inschrijving en deelname is pas definitief nadat ook het inschrijfgeld is voldaan, zoals hierna in Onderdeel B (Betaling en restitutie) is beschreven.

art. 4.14 Inschrijving meerdere honden

  1. Op JP-evenementen mag een deelnemer/voorjager alleen op een clubdiplomadag meerdere honden inschrijven en voorjagen met een maximum van twee.
  2. Als een eigenaar/deelnemer met meerdere honden aan een clubdiplomadag wenst deel te nemen, dient elke hond apart te worden ingeschreven.
  3. Deelname met meerdere honden aan een clubdiplomadag is alleen toegestaan als er geen sprake is van overinschrijving. Overinschrijving zal aan de eigenaar/deelnemer kenbaar worden gemaakt waarna deze moet kiezen met welke hond hij wil deelnemen.
  4. Voor mogelijke deelname met meerdere honden aan een ORWEJA-evenement gelden de reglementen van ORWEJA voor het betreffende evenement.

art. 4.15 Annulering inschrijving

  1. Een inschrijving kan via het digitale inschrijvingssysteem tot de sluitingsdatum zonder consequenties worden geannuleerd.
  2. Mondelinge annulering van een inschrijving wordt niet geaccepteerd.
  3. Bij annulering na de sluitingsdatum blijft het inschrijfgeld volledig verschuldigd.

B. Betaling en restitutie

art. 4.16 Hoogte inschrijfgeld
Het inschrijfgeld bedraagt een jaarlijks door het bestuur vast te stellen bedrag per hond en kan per evenement verschillen. Zie hiervoor de website van de WFRG.

art. 4.17 Verplichte betaling

  1. Wanneer een eigenaar/deelnemer zich (digitaal) voor een JP-evenement heeft ingeschreven is betaling van het inschrijfgeld verplicht. Dit, tenzij de inschrijving tijdig en correct is geannuleerd zoals in artikel 4.15 is beschreven.
  2. Het inschrijfgeld is dus ook verschuldigd als een deelnemer na de sluitingsdatum van het betreffende evenement van deelname afziet, ongeacht de reden voor die afzegging.

art. 4.18 Wijze van betaling
Betaling van het inschrijfgeld geschiedt door het verlenen van een eenmalige machtiging om het inschrijfgeld af te schrijven, Ideal of bankoverschrijving. Details worden bij inschrijving vermeld.

art. 4.19 Verantwoordelijkheid betaling
Ongeacht het feit dat bij de inschrijving een machtiging tot afschrijving wordt afgegeven, via Ideal wordt betaald of een bankoverschrijving wordt uitgevoerd, blijft de deelnemer zelf verantwoordelijk dat het inschrijfgeld voor het evenement is voldaan.

art. 4.20 Wanbetaling

  1. Als het inschrijfgeld voor het evenement nog niet is voldaan, om welke reden dan ook, kan deelname aan het evenement worden geweigerd.
  2. Als de eigenaar/deelnemer in gebreke blijft het inschrijfgeld te voldoen, zal het bestuur de eigenaar/hond voor deelname aan andere JP-evenementen uitsluiten, totdat de betaling daarvan alsnog wordt ontvangen.

art. 4.21 Restitutie inschrijfgeld

  1. Het inschrijfgeld wordt alleen gerestitueerd als de deelnemer niet kan deelnemen wegens overinschrijving van het evenement, dan wel annulering van de inschrijving voor de sluitingsdatum voor inschrijving van het betreffende evenement.
  2. Bij annulering van de inschrijving voor de sluitingsdatum, worden administratiekosten ingehouden en wordt daarom niet het volledig inschrijfgeld gerestitueerd.
  3. Als de deelnemer niet kan deelnemen wegens overinschrijving van het evenement worden geen administratiekosten ingehouden en wordt dus het gehele inschrijfgeld gerestitueerd.

C. Toelating

art. 4.22 Toelating hondenras(sen)
Tenzij anders bepaald worden op de JP-evenementen de navolgende hondenrassen toegelaten:

(Club-evenementen)

  1. Clubdiplomadagen, Workingtesten, Mock Trial, Teamwedstrijd, VUT-wedstrijd, Koudwildtest, Jachtpraktijkdagen: alle retrieverrassen
  2. WFRG-Trofee en WFRG-Talentenjacht: alleen Flatcoated Retrievers

(Orweja-evenementen)

  1. OWT: alle retrieverrassen
  2. SJP en MAP: alle retrieverrassen
  3. IWT Selectiewedstrijd: alleen Flatcoated Retrievers voor deelname namens de WFRG
  4. Veldwedstrijden: alle retrieverrassen

art. 4.23 Voorrangsregels toelating
Bij de bepaling van de volgorde voor deelname worden de navolgende voorrangsregels gehanteerd:

1. Clubdiplomadagen, Workingtesten, Mock Trial, Teamwedstrijd, VUT-wedstrijd, Koudwildtest, Jachtpraktijkdagen:

  • eerst WFRG-leden met een Flatcoated Retriever;
  • vervolgens WFRG-leden met een ander retrieverras;
  • daarna niet WFRG-leden met een Flatcoated Retriever;
  • tot slot niet-leden met een ander retrieverras, mits de eigenaar lid is van een andere erkende retrieverrasvereniging.

N.B. Binnen elk van die vier categorieën is de volgorde van inschrijving bepalend: eerdere inschrijvingen gaan voor latere inschrijvingen.

2. OWT, SJP, MAP en Veldwedstrijden:

  • voor deze ORWEJA-evenementen geldt het betreffende ORWEJA-reglement.

3. WFRG-Talentenjacht:

  • eerst WFRG-leden.

4. WFRG-Trofee:

  • n.v.t.

5. IWT Selectiedag:

  • n.v.t.

art. 4.24 Leeftijdscategorieën
Ten aanzien van de leeftijd van de hond op de dag van een club-evenement geldt dat honden die:

  • de leeftijd van 9 maanden nog niet hebben bereikt, van deelname zijn uitgesloten;
  • de leeftijd van 9 maanden hebben bereikt, maar niet ouder zijn dan 12 maanden, uitsluitend in de C-klasse mee kunnen doen;
  • de leeftijd van 12 maanden hebben bereikt, maar niet ouder zijn dan 18 maanden, uitsluitend in de C- en B-klasse mee kunnen doen;
  • de leeftijd van 18 maanden hebben bereikt in alle klassen mee kunnen doen, mits ze voldoen aan de daarvoor gestelde criteria.

N.B. Voor Leeftijdsgrenzen m.b.t ORWEJA-evenementen, zie het betreffende ORWEJA-reglement.

art. 4.25 Erkende diploma’s en certificaten
De WFRG erkent de diploma’s en certificaten behaald bij de volgende retrieverrasverenigingen anders dan de WFRG: Flatcoated Retriever Club (FRC), Nederlandse Labrador Vereniging (NLV), Labrador Kring Nederland (LKN), Golden Retriever Club Nederland (GRCN), Nova Scotia Duck Tolling Retriever Club Nederland (NSDTRCN), Chesapeake Bay Retriever Club Nederland (CBRN) en de diploma’s en certificaten behaald bij Orweja wedstrijden.

D. Gedragsregels

art. 4.26 Gedrag voorjagers
De voorjager dient zich tijdens de wedstrijd te onthouden van:

  • het bij herhaling loslaten van de hond buiten de proeven om;
  • het mishandelen/fysiek straffen van de eigen hond of andere honden;
  • het onbetamelijk gedragen, mondeling dan wel fysiek, naar keurmeester(s), afgevaardigde, helpers en/of de wedstrijdorganisatie, dan wel mede-deelnemers en/of publiek;
  • het weigeren om de instructies van keurmeester(s), afgevaardigde en/of de wedstrijdorganisatie op te volgen;
  • het bij herhaling tonen van onsportief gedrag;

art. 4.27 Social Media
Voorjagers dienen zich op Social Media niet grievend en/of kwetsend uit te laten over keurmeester(s), afgevaardigde, de wedstrijdorganisatie en/of mededeelnemers.

E. Uitsluiting

art. 4.28 Uitsluiting
Uitgesloten van deelname zijn:

  • honden die op de dag van het evenement de leeftijd van 9 maanden nog niet hebben bereikt;
  • honden die in de periode van 12 weken voorafgaande aan het evenement in omstandigheden of toestand hebben verkeerd waardoor het gevaar van besmetting met hondenziekte of enige andere ziekte van besmettelijke aard in het bijzonder te vrezen valt;
  • teven die op de dag van het evenement in een toestand van loopsheid verkeren;
  • zichtbaar dragende teven;
  • ongeregistreerde honden (honden zonder officiële stamboom). Het bestuur kan dispensatie verlenen voor deelname aan clubevenementen aan retrievers met een afstammingsbewijs en gefokt door het KNGF of Stichting Hulphond.

art. 4.29 Organisatoren en betrokkenen
Degene(n) die de proeven voor een workingtest (inclusief de WFRG-Trofee) heeft/hebben ontworpen en/of uitgezet en/of ingetraind, mag/mogen op de betreffende workingtest geen hond(en) inschrijven of voorjagen.

H5 - Organisatie en het verloop van een JP-evenement

art. 5.1 Eindverantwoordelijkheid
De WFRG blijft eindverantwoordelijk voor het georganiseerde evenement.

art. 5.2 Verantwoordelijkheid uitvoering
De organiserende instantie is verantwoordelijk voor een correcte en veilige uitvoering van het evenement.

art. 5.3 Keuring dierenarts
Bij alle JP-evenementen is het wenselijk, maar niet verplicht om de deelnemende honden voor aanvang door een dierenarts te laten keuren. Dit, tenzij er officiële (ORWEJA-)regelgeving van toepassing is, die een voorafgaande keuring wel verplicht stelt.

art. 5.4 Volgorde proeven

  1. De wedstrijdleiding bepaalt in welke volgorde de proeven door de deelnemers(groepen) moeten worden afgelegd.
  2. Bij het afleggen van de proeven voor het A-diploma, eerst proef I moet worden afgelegd en pas nadat de hond daarvoor tenminste voldoende heeft behaald, proef J.

art. 5.5 Instructies wedstrijdleiding

  1. Om een vlot verloop te bevorderen is de wedstrijdleiding bevoegd om tijdens het JP-evenement wijzigingen aan te brengen in de eerder bepaalde volgorde en/of indeling.
  2. Instructies van de wedstrijdleiding dienen te allen tijde door de deelnemers worden opgevolgd.

art. 5.5 Combineren proeven
Om de proeven sneller en aantrekkelijker te laten verlopen is het toegestaan twee of meer proeven voor het C- en B-clubdiploma te combineren.

art. 5.7 Indeling keurmeesters

Bij de proeven voor het C- en B-clubdiploma is het toegestaan dat een keurmeester een deel der honden of een deel der proeven beoordeelt.
De proeven voor het A-clubdiploma moeten door drie keurmeesters beoordeeld worden.

art. 5.8 Programmaboekje

  1. Voor ieder evenement wordt door de organiserende instantie een programmaboekje uitgegeven, dat kosteloos aan de deelnemers, keurmeesters, afgevaardigde en belanghebbenden wordt verstrekt.
  2. Het programma moet tenminste onderstaande gegevens bevatten:
    • Naam van de organisatoren.
    • Plaats en datum van het evenement.
    • Naam van de wedstrijdleider(s).
    • Naam van de afgevaardigde van het bestuur.
    • Namen van de keurmeesters en evt. aspirant-keurmeesters.
    • De ingeschreven honden met vermelding van:
      • de officiële naam van de hond
      • ras
      • geslacht
      • geboortedatum
      • naam van de eigenaar
      • naam van de voorjager
  3. Bij voorkeur bevat het programma eveneens:
    • indeling deelnemers(groepen);
    • volgorde af te leggen proeven;
    • mobiele telefoonnummer wedstrijdleiding;
    • indeling keurmeesters;
    • de voor een goed verloop geldende instructies;
    • plattegrond met locaties van de verschillende proeven.

art. 5.9 Informatieverstrekking aan afgevaardigde
De voor het evenement verantwoordelijke wedstrijdleider zorgt ervoor dat de afgevaardigde uiterlijk op de derde dag voorafgaande aan de dag van het JP-evenement in het bezit is van een volledig programma.

art. 5.10 Eindafrekening
Er dient uiterlijk twee weken na afloop van een evenement een volledig ingevulde en van alle rekeningen voorziene eindafrekening aan de penningmeester van het bestuur te worden gestuurd.

art. 5.11 Aanlijnen honden

  1. Op de terreinen waar de evenementen worden gehouden dienen de deelnemende honden gedurende het gehele evenement te zijn aangelijnd, met uitzondering van de momenten dat zij zelf een proef afleggen.
  2. De afgevaardigde is gerechtigd bij overtreding van deze regel de loslopende hond voor verdere deelname uit te sluiten (=diskwalificatie).

Art. 5.12 Identificatie honden
De afgevaardigde heeft het recht de tatoeagenummers of chips van de deelnemende honden te controleren of te laten controleren.

Art. 5.13 Diskwalificatie
Redenen voor diskwalificatie staan in hoofdstuk 18 van dit reglement.

Art. 5.14 Uitzetten proeven clubdiplomadag
Bij een clubdiplomadag worden de proeven A tot en met H door de organiserende instantie uitgezet. De proeven I en J moeten worden uitgezet in overleg met de afgevaardigde.

art. 5.15 Aanwijzen keurmeesters A-proeven
De keurmeesters voor de proeven I en J op een clubdiplomadag worden in overleg met de afgevaardigde aangewezen.

art. 5.16 Aanmelding deelname A-proeven
Degenen die willen opgaan voor het A-diploma dienen dit op de dag van het evenement vóór aanvang van de proeven aan het wedstrijdsecretariaat te velde te melden.

H6 - Afgevaardigden, keurmeesters, aspirant-keurmeesters en officiële geweren

art. 6.1 Afgevaardigden

  1. In overeenstemming met art. 3.2 wijst het bestuur voor elk JP-evenement een afgevaardigde aan.
  2. De afgevaardigde heeft tot taak:
    • het bestuur op het betreffende evenement te vertegenwoordigen;
    • toe te zien op de naleving van de inhoud van dit reglement;
    • behandeling en afhandeling van eventuele klachten en/of geschillen;
    • te controleren of de proeven in overeenstemming zijn met de inhoud van dit reglement;
    • controle van het wedstrijdsecretariaat te velde;
    • ondertekening van de diploma’s of certificaten.
  3. De afgevaardigde mag niet zelf als voorjager of eigenaar van een hond betrokken zijn bij het betreffende JP-evenement.
  4. De afgevaardigde dient na afloop van het evenement een afgevaardigde-rapport op te stellen en aan het bestuur toe te zenden.

art. 6.2 Keurmeesters
Als keurmeester op de JP-evenementen kunnen keurmeesters van de club-keurmeesterslijst en/of KNJV-, OWT- en veldwedstrijdkeurmeesters worden uitgenodigd.

art. 6.3 Keurmeesterslijst

  1. Ieder jaar zal door het bestuur een lijst van keurmeesters voor de JP-evenementen worden vastgesteld.
  2. De organiserende instantie wordt geacht uit deze lijst de keurmeesters voor een JP-evenement te kiezen.
  3. Mocht de organiserende instantie de wens hebben om iemand van buiten deze lijst (bijvoorbeeld uit het buitenland) als keurmeester op een JP-evenement uit te nodigen, dan dient het bestuur daar vooraf over te worden geconsulteerd. De beslissing van het bestuur hierover is bindend.

art. 6.4 Aanmelding aspirant-keurmeesters
Zij die voor benoeming tot keurmeester in aanmerking wensen te komen, melden zich daartoe schriftelijk aan bij het bestuur van de WFRG, dan wel de JPC van de eigen rasvereniging. Zij geven daarbij aan wat hun kwaliteiten en ervaringen zijn op het gebied van het voorjagen van, werken met, en/of beoordelen van retrievers. Ook motiveren zij hun wens om tot keurmeester benoemd te worden.

art. 6.5 Voorwaarden plaatsing lijst aspirant-keurmeesters
Kandidaten zoals in artikel 6.4 zijn beschreven kunnen door het bestuur op de lijst van aspirant-keurmeester worden geplaatst, als de kandidaten aan de navolgende voorwaarden voldoen:

  • te goeder naam en faam bekend staande meerderjarige Nederlanders dan wel Nederlands ingezetenen zijn.
  • lid zijn van de WFRG of een andere retrieververeniging.
  • op bevredigende wijze, zulks ter beoordeling van het bestuur, retrievers hebben voorgejaagd op door ORWEJA gereglementeerde jachthondenproeven en wedstrijden, en/of op clubdiplomadagen, workingtesten e.d.

art. 6.6 Uitsluiting lijst aspirant-keurmeesters

  1. Het bestuur kan als aspirant-keurmeester uitsluiten
    • zij, die om winst te behalen handel in honden drijven, of om die reden ter dekking aanbieden of direct betrokken zijn bij ondernemingen welke zulk een doel beogen;
    • zij, die om winst te behalen honden van derden africhten en/of op jachthondenproeven voorjagen;
    • zij, die om winst te behalen handel in honden drijven of om die reden ter dekking aanbieden of direct betrokken zijn bij ondernemingen, welke zulk een doel hebben;
    • zij, die het bestuur om enige andere reden ongeschikt acht voor het keurmeesterschap.
  2. Eveneens kan het bestuur besluiten een aanvraag voor het aspirant-keurmeesterschap af te wijzen, als er naar de mening van het bestuur voldoende keurmeesters op de keurmeesterslijst staan.

art. 6.7 Mededeling besluit bestuur

  1. Als het bestuur een besluit heeft genomen om een kandidaat wel of niet op de lijst der aspirant-keurmeesters te plaatsen, zal hij daar zo spoedig mogelijk van op de hoogte worden gebracht.
  2. Mocht het bestuur besloten hebben de kandidaat niet op de lijst te plaatsen, dan zal de reden van afwijzing aan hem worden medegedeeld.
  3. Door aanvaarding van het aspirant-keurmeesterschap aanvaardt de aspirant-keurmeester de rechtsmacht van de RvB en de WFRG, de instructiebevoegdheid van het bestuur en de werking van dit reglement.

art. 6.8 Traject aspirant-keurmeesters

  1. Om de aspirant-keurmeesters ervaring op te laten doen met het keuren én hun vaardigheid daarin te kunnen beoordelen, zal het bestuur hen op vier door haar aan te wijzen JP-evenementen (twee workingtesten en twee clubdiplomadagen) laten aspireren.
  2. Het aspireren tijdens die JP-evenementen geschiedt onder begeleiding en toezicht van een of meerdere door het bestuur aangewezen keurmeester(s). Zulks, na goed onderling overleg tussen de afgevaardigde, keurmeester(s) en de aspirant-keurmeester.
  3. Het aspireren geschiedt bij voorkeur binnen één kalenderjaar.
  4. Voornoemd traject kan te allen tijde op initiatief van het bestuur of de betrokken aspirant-keurmeester tussentijds worden beëindigd, doch niet eerder dan nadat de andere partij over het voornemen daartoe is geïnformeerd en gehoord.

art. 6.9 Toelating aspirant-keurmeesters
De organiserende instanties zijn verplicht, de door het bestuur aangewezen aspiranten te laten aspireren op hun evenement.

art. 6.10 Beoordeling aspirant-keurmeesters

  1. Tijdens de proef/proeven vormt/vormen de aangewezen keurmeester(s) zich een oordeel over de aspirant-keurmeester, hetgeen op schrift wordt gesteld en wordt ingeleverd bij de afgevaardigde.
  2. De keurmeester mag zijn bevindingen, zowel positief dan wel negatief, niet aan de aspirant-keurmeester bekend maken.

art. 6.11 Afwijzing benoeming
Wanneer het bestuur op grond van de uitgebrachte adviezen, na afloop van het traject besluit, dat een aspirant- keurmeester niet voor benoeming tot keurmeester zal worden voorgedragen, zal dit zo spoedig mogelijk door schriftelijke mededeling aan de aspirant-keurmeester bekend worden gemaakt.

art. 6.12 Benoeming keurmeester

  1. De aspirant-keurmeesters die op vier verschillende evenementen onder minimaal vier verschillende keurmeesters, naar het oordeel van die keurmeesters met goed gevolg hebben geaspireerd, kunnen in aanmerking komen voor benoeming tot WFRG-keurmeester.
  2. Benoeming tot WFRG-keurmeester geschiedt door het bestuur.
  3. Tenzij anders is bepaald, geschiedt die benoeming voor onbepaalde tijd.
  4. Door aanvaarding van de benoeming tot keurmeester aanvaardt de keurmeester de rechts- en instructiemacht van de RvB en de WFRG, de instructiebevoegdheid van het bestuur en de werking van dit reglement.
  5. Na de benoeming tot WFRG-keurmeester wordt hij geplaatst op de door de retrieverrasverenigingen gehanteerde keurmeesterslijst voor clubdiplomadagen en workingtesten.

art. 6.13 Schrapping keurmeesterslijst
De aanstelling tot keurmeester kan te allen tijde door het bestuur, of op eigen initiatief van keurmeester worden ingetrokken, doch niet eerder dan nadat de andere partij over het voornemen daartoe is geïnformeerd en gehoord.

art. 6.14 Officiële geweren

  1. Eventuele officiële geweren dienen gebruik te maken van een enkel- of dubbelloops hagelgeweer van een kaliber 12, 16 of 20.
  2. De officiële geweren worden door de keurmeester geïnstrueerd.
  3. De officiële geweren zijn verantwoordelijk voor het veilig gebruik van het geweer.

art. 6.15 Alternatieve geweren
Het gebruik van dummylauncher, alarmpistool of starterpistool als alternatief voor officiële geweren is op JP-evenementen toegestaan, mits de gebruiker over de daarvoor benodigde vergunning/verlof beschikt en daarvoor door de grondeigenaar toestemming is verleend.

Art. 6.16 Voorkomen belangenverstrengeling

  1. Afgevaardigden en/of (aspirant-)keurmeesters mogen tijdens een clubevenement waar zij als zodanig functioneren zelf geen hond(en) voorjagen.
  2. Een (aspirant-)keurmeester mag een hond waarvan hij, of een van zijn huisgenoten of familieleden tot in de tweede graad, eigenaar of mede-eigenaar is, niet keuren.
  3. Evenmin mag de (aspirant-)keurmeester een hond keuren die door zijn huisgenoten en/of familieleden tot in de tweede graad, op het betreffende evenement wordt voorgejaagd.
  4. In de gevallen zoals in lid 3 en 4 is beschreven wordt de proef afgenomen en beoordeeld door een collega keurmeester.

H7 - Clubdiplomadagen

art. 7.1 Algemeen
Een clubdiplomadag omvat een aantal gestandaardiseerde proeven van kunstmatige aard, waarbij het niveau en de bruikbaarheid van de hond voor het werk na het schot getest en beoordeeld worden.

art. 7.2 De proeven en hun beoordeling

  1. De omschrijving van de opzet en uitvoering van de proeven en de eisen waaraan de volmaakte uitvoering van deze proeven dient te voldoen, zijn in overeenstemming met het gestelde in het Reglement Jachthondenproeven van de ORWEJA, laatste druk.
  2. Bij de opzet en uitvoering van de proeven A t/m H dient rekening gehouden te worden met het feit dat de proeven worden afgelegd met dummy’s (minder verwaaiing).
  3. Het karakter van een clubdiplomadag dient een stimulerende werking te hebben op de voorjagers.

DE PROEVEN

De C-proeven

art. 7.2.1 Proef A - Aangelijnd en los volgen

  1. De hond moet zijn voorjager over een traject van ongeveer 40 meter volgen. Dit traject moet eerst aangelijnd en vervolgens niet aangelijnd worden afgelegd.
  2. Het traject heeft de vorm van een langgerekte zandloper waardoor de voorjager steeds twee bochten met zijn hond aan binnenkant en twee bochten met zijn hond aan de buitenkant moet maken.
  3. Tijdens het niet aangelijnd volgen moet de voorjager halsband en lijn op een door de keurmeester aangewezen plaats achterlaten.

BEOORDELING

Algemeen:
Voor de totale proef wordt één cijfer gegeven, en wel zodanig, dat aangelijnd en los volgen in de uiteindelijke beoordeling even zwaar tellen. De beide delen te weten aangelijnd en los volgen moeten voldoende worden afgelegd. Voor een volmaakte uitvoering is het niet noodzakelijk dat de hond gaat zitten als de voorjager stilstaat.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die aangelijnd, zijn voorjager niet herhaaldelijk hindert door te trekken, voor de voeten te lopen of te snuffelen en die niet aangelijnd, zijn voorjager volgt en niet herhaaldelijk hindert door achter te blijven, vooruit te lopen, voor de voeten te lopen of te snuffelen.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die, aangelijnd, attent is, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn voorjager houdt, waarbij de lijn slap hangt, de hond nagenoeg geen aandacht van de voorjager vergt en deze zijn bevel niet hoeft te herhalen en de hond die, niet aangelijnd, zijn schouder voortdurend ter hoogte van de knie van zijn voorjager houdt, waarbij de hond nagenoeg geen aandacht van de voorjager vergt en deze zijn bevel niet hoeft te herhalen.

art. 7.2.2 Proef B - Uitsturen en komen op bevel

  1. De hond moet zonder halsband of lijn worden uitgezonden en moet op een afstand van ongeveer 30 meter voldoende vrij in beweging zijn.
  2. Daarna moet de hond op bevel naar de voorjager komen.
  3. De voorjager moet dit bevel geven onmiddellijk nadat de keurmeester hem dit opdraagt.

BEOORDELING

Algemeen:
Het uitsturen van de hond in een door de voorjager gekozen richting is toegestaan, mits de hond op een afstand van ongeveer 30 meter toont dat hij voldoende vrij is. De voorjager dient in zekere mate op zijn plaats te blijven. Een stukje meelopen is toegestaan maar leidt tot puntenaftrek. Voor wat betreft het “kom”-signaal kan een combinatie van attentie en uitvoeringssignaal als één bevel worden beschouwd.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die naar het oordeel van de keurmeester binnen één minuut nadat met de proef is gestart, voldoende vrij is en voldoende afstand heeft genomen en vervolgens, na niet meer dan drie bevelen, binnen redelijke tijd bij zijn voorjager komt, zodat deze hem ter plaatse kan aanlijnen.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die na één bevel direct uitgaat, na snel voldoende afstand te hebben genomen, zich in alle vrijheid beweegt en vervolgens na één bevel, onmiddellijk en zeer snel komt en zonder daartoe een afzonderlijke aanwijzing te hebben gekregen, dus uit zichzelf, aan de voeten van zijn voorjager gaat zitten.

art. 7.2.3 Proef C - Houden van de aangewezen plaats

  1. De hond moet, zonder halsband of lijn en zonder dat enig voorwerp bij de hond is achtergelaten, de hem aangewezen plaats houden tot zijn voorjager hem weer ophaalt.
  2. De voorjager dient twee volle minuten buiten het gezichtsveld van de hond te verblijven.
  3. De keurmeester dient erop toe te zien dat de hond niet door verwaaiing of inrichting van de proef kan weten dat zijn voorjager in zijn directe omgeving verblijft.

BEOORDELING

Algemeen:
De beoordeling begint als de keurmeester de voorjager opdracht geeft zich naar de aflegplaats te begeven en eindigt als de hond is opgehaald. De voorjager mag, zolang hij niet buiten het zicht van de hond is, ter correctie éénmaal teruglopen. De door de hond eenmaal aangenomen basishouding, liggend, zittend of staand, moet voor een volmaakte uitvoering worden gehandhaafd. De rust waarmee alles wordt uitgevoerd, is zeer bepalend voor de hoogte van het cijfer.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de hem aangewezen plaats niet verder dan één meter verlaat en die niet door hinderlijk janken of blaffen ongerustheid toont.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die door zijn voorjager in alle rust zijn plaats wordt gewezen, voorts geen enkele aandacht van zijn voorjager krijgt, zijn plaats in het geheel niet verlaat en rustig en vol vertrouwen op zijn voorjager wacht.

art. 7.2.4 Proef D - Apport te land

  1. De hond wordt zonder halsband of lijn los voorgejaagd.
  2. De hond moet een in overzichtelijk terrein weggeworpen dummy apporteren.
  3. De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de hond vanaf de positie bij de voorjager de dummy kan zien liggen.
  4. De werper dient de dummy ver van zich te werpen en wel zodanig dat de dummy op ongeveer 25 meter van de hond terechtkomt.
  5. De hond mag in opdracht van de keurmeester na één seconde nadat de dummy is gevallen, worden uitgestuurd om te apporteren.
  6. De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.
  7. De hond moet de dummy binnen handbereik van de voorjager brengen.

BEOORDELING

Algemeen:
De hond die onhoudbaar inspringt kan maximaal een 8 krijgen. De hond die na het inspringen binnen vijf meter vanaf de plaats van de voorjager wordt gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen. Het beoordelen van de wil tot apporteren en de wijze van uitvoering staat centraal.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond, die de dummy opneemt en naar zijn voorjager brengt, ongeacht of hij inspringt of verpakt, of hij zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die geen aandacht van de voorjager vergt, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die niet inspringt, het commando tot apporteren afwacht, snel naar de dummy gaat, en een 'modelapport' uitvoert.

art. 7.2.5 Proef E - Apport uit diep water

  1. De hond wordt zonder halsband los voorgejaagd.
  2. De hond moet een in overzichtelijk diep water geworpen dummy apporteren.
  3. De keurmeester zal de voorjager de plaats wijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar de hond de dummy naar toe moet brengen. De plaats zal zodanig worden gekozen, dat deze ongeveer drie meter, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt.
  4. De dummy moet op een zodanige plaats in het water worden geworpen dat de hond om de dummy te bereiken, moet zwemmen.
  5. De valplaats dient zodanig te worden gekozen, dat de hond vanaf de positie bij de voorjager de dummy kan zien liggen.
  6. Tijdens het werpen van de dummy wordt een schot gelost. Werper en geweer blijven gedurende de hele proef op hun plaats staan. Het schot wordt afgegeven op het moment dat de dummy op het hoogste punt is.
  7. De hond mag in opdracht van de keurmeester, na één seconde nadat de dummy is gevallen, worden uitgestuurd om te apporteren.
  8. De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.
  9. De hond moet de dummy binnen handbereik van de voorjager brengen.

BEOORDELING

Algemeen:
De hond die onhoudbaar inspringt, kan maximaal een 8 krijgen. De hond die voor de waterkant na ingesprongen te zijn, kan worden gestopt is niet onhoudbaar ingesprongen. De voorjager mag de hond voor een voldoende uitvoering maximaal driemaal de opdracht geven om te water te gaan. Hij mag de hond als deze zonder dummy uit het water terugkeert nog éénmaal inzetten.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die de dummy aanneemt en naar zijn voorjager brengt, ongeacht of hij inspringt, verpakt of zich uitschudt, of hij zittend of staande afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond, die geen aandacht van de voorjager vergt, die voordat hij wordt uitgezonden niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die niet inspringt, het commando tot apporteren afwacht, daarna onmiddellijk te water gaat, snel naar de dummy zwemt en een 'modelapport' uitvoert.

De B-proeven

art. 7.2.6 Proef F - Verloren apport te land

  1. De hond wordt zonder halsband los voorgejaagd.
  2. De hond moet een in dichte dekking geworpen dummy opsporen.
  3. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt haaks op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd.
  4. De werper dient vanaf een plaats waar de hond hem niet kan zien, de dummy te werpen en wel zodanig, dat de dummy terechtkomt op ongeveer 40 meter van de plaats waar de hond wordt ingezet. De werper trekt zich terug op een zodanige plaats, dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor op de hond zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend werken.
  5. Zo enigszins mogelijk dient de inrichting van de proef zo te zijn, dat voorjager en hond elkaar niet meer kunnen zien nadat de hond, gezien in de algemene richting van de valplaats, zich meer dan vijf meter van zijn voorjager heeft verwijderd. Bij bepaalde terreinomstandigheden kan het nodig zijn om een kunstmatig scherm te plaatsen.
  6. De keurmeester zal een zodanige plaats innemen, dat hij het zoeken van de hond kan beoordelen.
  7. De keurmeester zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaan hij zijn hond moet inzetten en waar de hond de dummy naar toe moet brengen. De voorjager mag deze plaats gedurende de gehele proef niet verlaten, tenzij de keurmeester hem dat opdraagt.

BEOORDELING

Algemeen:
Bij de beoordeling zal de nadruk liggen op de zelfstandige en systematische zoekwijze, op het doorzettingsvermogen van de hond en op diens betrouwbaarheid om de dummy te brengen. Het geven van aanwijzingen en aanmoedigingen zal sterk negatief worden beoordeeld. Het zonder dummy uit de dekking terugkeren, zal negatief worden beoordeeld. De hond die eenmaal zonder dummy uit de dekking terugkeert mag maximaal nog tweemaal worden ingezet.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die binnen een redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de dummy apporteert, ongeacht of hij verpakt of hij zittend of staand afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die voordat hij wordt uitgestuurd, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die na het commando tot apporteren onmiddellijk geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, niet zonder dummy uit de dekking terugkeert, de dummy snel vindt en een “model apport” uitvoert.

art. 7.2.7 Proef G - Markeerapport te land

  1. De hond mag los of aangelijnd worden voorgejaagd.
  2. De hond moet zonder halsband of lijn een voor hem zichtbaar weggeworpen dummy apporteren.
  3. De valplaats dient zodanig gekozen te worden, dat de hond de dummy niet kan zien liggen voordat hij in de onmiddellijke omgeving van de dummy is gekomen
  4. De valplaats mag niet dusdanig opvallen, dat de hond erdoor wordt aangetrokken.
  5. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt haaks op die, waarin de hond moet uitgaan. Werper en geweer dienen in dit geval benedenwinds van de valplaats van de dummy te staan. De dummy moet tegen de wind in geworpen worden.
  6. Direct nadat er geschoten is, dient de werper haaks op de richting waarin de hond moet uitgaan, de dummy met een grote boog van zich weg te werpen en wel zodanig, dat de dummy op ongeveer 60 meter van de hond terecht komt.
  7. Werper en geweer blijven gedurende de gehele proef op hun plaats staan.
  8. Nadat de voorjager de keurmeester te kennen heeft gegeven, dat hij gereed is om de proef af te leggen, geeft de keurmeester geweer en werper een teken dat zij kunnen starten.
  9. De keurmeester zal ongeveer drie seconden nadat de dummy is gevallen, toestemming geven om de hond uit te zenden. Hij doet dit door de voorjager op de schouder te tikken.
  10. De voorjager mag vanaf het moment dat de hond is uitgezonden tot aan het moment dat deze de dummy heeft opgenomen, geen aanwijzingen of commando’s geven.
  11. De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.

BEOORDELING

Algemeen:
De hond die onhoudbaar inspringt heeft deze proef onvoldoende afgelegd. De hond die binnen vijf meter vanaf de voorjager wordt gestopt, is niet onhoudbaar ingesprongen en mag vanaf die plaats, na toestemming van de keurmeester de proef voortzetten. De hond die aangelijnd wordt voorgejaagd kan maximaal een 8 krijgen. De hond die zich van de lijn losrukt, heeft de proef onvoldoende afgelegd. De hond die vrij verloren zoekend de dummy vindt, heeft deze proef onvoldoende afgelegd. Het over doen van de proef mag alleen bij zéér uitzonderlijke omstandigheden.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die door de juiste richting aan te houden of die door doelbewust de juiste richting te herstellen, blijk geeft de valplaats te hebben onthouden en zonder aanwijzingen of commando’s de dummy opneemt en apporteert, ongeacht of hij tijdens het werpen aangelijnd dan wel niet aangelijnd was, of hij verpakt, zittend of staand afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die voordat hij wordt uitgezonden, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die niet aangelijnd rustig en attent op zijn post zit en geen aandacht van zijn voorjager vergt, het commando tot apporteren afwacht, snel en gericht naar de valplaats gaat, de dummy zonder te hoeven zoeken vindt en een “model apport” uitvoert.

art. 7.2.8 Proef H - Apport over diep water

  1. De hond wordt zonder halsband, los voorgejaagd.
  2. De hond moet een aan de overzijde van een breed, diep water weggeworpen dummy apporteren.
  3. Het water dient minimaal 10 meter en maximaal 40 meter breed te zijn en zo diep, dat de hond om de overkant te bereiken, moet zwemmen.
  4. De werper dient op het moment dat de hond hem niet kan zien, de dummy op een zodanige plaats te werpen, dat deze, afhankelijk van de breedte van het water en de geaardheid van het terrein, minimaal 10 meter en maximaal 40 meter vanaf de kant van het water terecht komt. De werper trekt zich terug op een zodanige plaats, dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor op de hond zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend werken.
  5. De valplaats dient zodanig gekozen te worden, dat de hond de dummy niet kan zien liggen, voordat hij in de onmiddellijke omgeving van de dummy is gekomen.
  6. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet dat de wind uit een richting komt haaks op die, waarin de hond over het water moet worden gestuurd.
  7. De keumeester zal de voorjager de plaats aanwijzen waar vandaan hij de hond moet inzetten en waar de hond de dummy naartoe moet brengen. Deze plaats zal zodanig worden gekozen, dat zij ongeveer drie meter, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, uit de waterkant ligt.
  8. De voorjager mag tijdens de uitvoering van de proef de hem aangewezen plaats niet verlaten.

BEOORDELING

Algemeen:
De nadruk ligt op de wil om van de overzijde van het water te apporteren. Het geven van extra aanwijzingen is niet verboden, maar zal negatief worden beoordeeld. De voorjager mag de hond voor een voldoende uitvoering maximaal driemaal de opdracht geven om te water te gaan. Als de hond zonder dummy bij de voorjager terugkeert en de keurmeester van oordeel is, dat de dummy nog binnen een redelijke tijd kan worden geapporteerd, mag hij nog éénmaal worden ingezet. Het terugkomen om het water heen nadat de dummy is gevonden zal niet negatief worden beoordeeld, tenzij het omlopen buiten proporties is.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die binnen een redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de dummy apporteert, ongeacht of hij verpakt, zich uitschudt of hij zittend of staand afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die voordat hij wordt uitgezonden, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die na één bevel onmiddellijk te water gaat, in rechte lijn snel naar de overkant zwemt, aan de overkant na al dan niet door zijn voorjager te zijn gestopt en na ten hoogste één commando of aanwijzing geanimeerd, zelfstandig, snel en systematisch gaat zoeken, niet zonder dummy aan de waterkant terugkeert, snel de dummy vindt en een “model apport” uitvoert.

De A-proeven

art. 7.2.9 Proef I - Dirigeerproef te land

  1. De hond wordt zonder halsband, los voorgejaagd.
  2. De hond moet een houtduif apporteren, nadat hij door zijn voorjager via een stoppunt naar de valplaats is gedirigeerd.
  3. De proef moet worden uitgezet in overzichtelijk terrein. Dat wil zeggen, dat de hond die niet aanzienlijk van de ideale route afwijkt, voor de voorjager voortdurend zichtbaar moet kunnen zijn.
  4. Het stoppunt dient ongeveer 100 meter van de positie van de voorjager en ongeveer 50 meter van de valplaats te liggen en zodanig te worden gekozen, dat een aanzienlijke richtingscorrectie nodig is om de valplaats te bereiken. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt haaks op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd en de valplaats benedenwinds van het stoppunt ligt.
  5. Valplaats en stoppunt dienen zo natuurlijk mogelijk te worden gemarkeerd.
  6. Op de valplaats en zeer ruime omgeving daarvan moet lage dekking aanwezig zijn, zodat de hond het wild niet kan zien voordat hij in de onmiddellijke omgeving van het wild is gekomen.
  7. De werper dient op een moment dat de hond dit niet kan zien, de duif op de valplaats te werpen.
  8. De werper dient zich op een zodanige plaats terug te trekken, dat zijn aanwezigheid en zijn loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken.
  9. De voorjager mag de hem aangewezen plaats gedurende de gehele proef niet meer dan vijf meter verlaten en daarbij een aangegeven lijn niet naar voren overschrijden.
  10. De voorjager moet zijn hond stoppen in de naaste omgeving van het stoppunt en moet nadat de keurmeesters hem daarvoor toestemming geven, zijn hond van daaruit naar de valplaats dirigeren. De keurmeesters zullen deze toestemming eerst geven nadat de hond naar hun oordeel voldoende dicht bij dit punt, door de voorjager is gestopt.

BEOORDELING

Algemeen:
De nadruk ligt op de dirigeerbaarheid. Het stoppunt is een hulpmiddel om dit vast te stellen. De voorjager moet voor een correcte uitvoering zijn aanwijzingen en commando’s tot een minimum beperken. De hond moet dus in alle rust worden voorgejaagd. Luidruchtige commando’s moeten negatief worden beoordeeld. Als de hond bij de valplaats komt moet hij de duif zelfstandig zoeken en oppakken. Aanvullende commando’s moeten negatief worden beoordeeld.

De wijze van keuren:
De drie keurmeesters vormen zich onafhankelijk van elkaar een oordeel. Zodra een keurmeester van oordeel is dat de uitvoering onvoldoende is, maakt hij dit door handopsteken kenbaar. Zodra een tweede keurmeester de uitvoering eveneens onvoldoende vindt, beëindigt deze de proef. Als naar het oordeel van twee keurmeesters de hond in de eerste lijn heeft getoond voldoende dirigeerbaar te zijn, kan de voorjager toestemming krijgen de hond naar het wild te dirigeren.

Vaststellen van het cijfer:
De keurmeesters geven onafhankelijk van elkaar een cijfer, minimaal een 6 en maximaal een 10. Het eindcijfer is het gemiddelde van de drie cijfers, afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal. Als één keurmeester de uitvoering onvoldoende vindt, is het eindcijfer een 6.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die, nadat hij duidelijk heeft getoond door zijn voorjager te zijn gedirigeerd, de duif (voordat de proef door de keurmeesters is beëindigd) apporteert, ongeacht of hij verpakt, zittend of staand afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die voordat hij wordt uitgezonden, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die zonder, dan wel met een enkele correctie, in rechte lijn naar het opgedragen stoppunt wordt gedirigeerd, daar met één commando wordt gestopt, van daaruit met het minimaal noodzakelijke aantal aanwijzingen, in rechte lijn naar de valplaats wordt gedirigeerd, ter plekke, al dan niet, na een enkel commando zelfstandig zoekt en een “model apport” uitvoert.

art. 7.2.10 Proef J - Apport van verre loper over breed water

  1. De hond wordt zonder halsband, los voorgejaagd.
  2. De hond moet een aan de overzijde van een breed, diep water ver weggesleepte wilde eend apporteren. Hij dient daarbij gebruik te maken van het sleepspoor.
  3. Het water dient minimaal 15 meter breed te zijn en zo diep, dat de hond moet zwemmen om de overkant te bereiken.
  4. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit een richting komt variërend tussen recht van achter en haaks op die, waarin de hond over het water moet worden gestuurd.
  5. Vanaf de overkant van het water wordt een sleepspoor getrokken, dat afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van het water en de geaardheid van het terrein minimaal 150 meter en maximaal 300 meter lang is. In het spoor moeten minimaal twee haken van ongeveer negentig graden zitten. Aan het einde van het sleepspoor wordt een wilde eend neergelegd.
  6. Bij voorkeur dienen aan de overkant van het water de terreinomstandigheden zodanig te zijn, dat de hond die het sleepspoor heeft aangenomen, snel aan het zicht van de voorjager wordt onttrokken.
  7. De sleper en zo gewenst ook keurmeesters trekken zich op een zodanige plaats terug, dat hun aanwezigheid en loopspoor zo weinig mogelijk stimulerend of belemmerend op de hond werken.
  8. De hond mag het trekken van het sleepspoor niet zien.
  9. Het begin van het sleepspoor wordt zo natuurlijk mogelijk gemarkeerd en aan de voorjager bekend gemaakt. De voorjager mag de hond naar het begin van het sleepspoor dirigeren. Als de hond het sleepspoor heeft aangenomen, is het de voorjager verboden verdere commando’s te geven.
  10. De voorjager mag de hem aangewezen plaats gedurende de gehele proef niet verlaten.

BEOORDELING

Algemeen:
De hond moet door gebruik te maken van het sleepspoor bij de eend komen. De hond mag op aanwijzing van de keurmeester maximaal tweemaal op het sleepspoor worden gezet.

Opstelling van de keurmeesters:
Eén keurmeester aan de waterkant bij de voorjager en twee keurmeesters op het sleepspoor. De keurmeester aan de waterkant beoordeelt het waterwerk, het opnemen van het sleepspoor en het apport. Hij ziet er ook op toe dat de voorjager geen commando’s geeft, als dit niet is toegestaan. De keurmeesters op het sleepspoor nemen zodanige posities in, dat het werk op het gehele sleepspoor en het gedrag van de hond bij de eend kan worden beoordeeld.

Vaststellen van het cijfer:
De keurmeester aan de waterkant geeft een voldoende (minimaal een 6, maximaal een 10) of een onvoldoende. In het laatste geval is de eindbeoordeling ook onvoldoende. De keurmeesters op het sleepspoor geven onafhankelijk van elkaar een cijfer (minimaal een 0 en maximaal een 10). De som van deze twee cijfers moet tenminste 12 bedragen om een voldoende cijfer voor de proef te behalen. Het eindcijfer van de proef is het gemiddelde van de drie afzonderlijke cijfers afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal, onverkort het in vorige zin gestelde.

Voldoende:
De proef is voldoende afgelegd door de hond die met voldoende zekerheid het sleepspoor uitwerkt en binnen redelijke tijd, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eend apporteert, ongeacht of hij verpakt, zich uitschudt of zittend of staand afgeeft.

Volmaakt:
De proef is volmaakt afgelegd door de hond die voordat hij wordt uitgezonden, niet hinderlijk piept, jankt of blaft, die snel, met minimale aanwijzingen, het begin van het sleepspoor bereikt, daarna snel en correct het sleepspoor uitwerkt, niet zonder eend aan de waterkant terugkeert en een “model apport” uitvoert.

art. 7.2.11 Modelapport
Waar in dit reglement sprake is van “model apport” wordt daaronder verstaan dat de hond een apport zodanig uitvoert, dat hij:

  1. De dummy en/of het wild nadat hij het gevonden heeft, onmiddellijk en zonder aarzelen opneemt.
  2. De dummy en/of het wild goed draagt en niet onnodig verpakt.
  3. In vlot tempo naar zijn voorjager komt.
  4. Zonder aanmoedigingen, commando’s of aanwijzingen, dus uit zichzelf, recht voor de voorjager gaat zitten.
  5. Zijn voorjager de dummy en/of het wild met opgeheven hoofd aanbiedt.
  6. De dummy en/of het wild na daartoe een commando te hebben gekregen, onmiddellijk loslaat en niet nahapt.
  7. In voorkomend geval zich niet uitschudt, voordat hij het wild ter hand heeft gesteld.

art. 7.5 Slotbepalingen

  1. Als daar naar zijn mening redenen voor aanwezig zijn, is een keurmeester bevoegd om, in een individueel geval of in het algemeen, de tijd te verlengen.
  2. Een keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen, wanneer er naar zijn oordeel geen uitzicht op is dat de proef voldoende wordt afgelegd.
  3. Alhoewel bij de beoordeling van de proeven steeds is aangegeven dat een volmaakte afwerking, zoals niet verpakken, zittend afgeven en zich niet uitschudden, niet vereist is, zullen factoren als deze, bij cumulatie van fouten, tot een onvoldoende kunnen leiden.
  4. Een afgevaardigde is bevoegd om van dit reglement af te wijken, als en voor zover de omstandigheden ten aanzien van een proef zodanig zijn dat aan de essentie van die proef anders geen recht kan worden gedaan.

H8 - Workingtesten

art. 8.1 Algemeen
Een workingtest omvat een vijftal niet gestandaardiseerde proeven van kunstmatige aard, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van situaties zoals die in de jachtpraktijk en/of op veldwedstrijden kunnen voorkomen.

art. 8.2 Het doel
Workingtesten hebben tot doel om voorjagers in wedstrijdverband ervaring op te laten doen in het voorjagen van hun hond in nagebootste jachtsituaties, en ook het stimuleren van het werken met de hond.

art. 8.3 De proeven

  1. Een proef kan uit meerdere onderdelen bestaan.
  2. De proeven worden, direct voor het afleggen van de proeven, door de keurmeesters aan de deelnemers uitgelegd.
  3. De keurmeesters die de proeven zullen keuren, krijgen enige dagen voor de workingtest inzage in de door hen te keuren proef/proeven.

art. 8.4 Beoordeling van de proeven door de keurmeesters

  1. De proeven zijn zoveel mogelijk nagebootste jachtsituaties.
  2. De voorjager heeft, tenzij de proefopzet dit niet toelaat, de vrijheid zijn hond zo in te zetten en te ondersteunen zoals hij dit op jacht of op een veldwedstrijd zou doen. Het aanraken van de hond (m.u.v. een kleine beloning) zal de beoordeling negatief beïnvloeden.
  3. De belangrijkste aandachtspunten voor de keurmeesters zijn:
    • gedrag op post;
    • wijze van werken van de hond;
    • wijze van voorjagen;
    • correctheid van het apporteren.
  4. De hoeveelheid (zowel veelvuldigheid als luidheid) geluid (zowel stem als fluit) die de voorjager heeft menen te moeten gebruiken om zijn hond aanwijzingen te geven, zal door de keurmeester(s) bij de beoordeling van een proef worden meegenomen.
  5. Het zeer hinderlijk piepen, janken of blaffen van de hond op post leidt tot een onvoldoende.
  6. De combinatie die op de meest efficiënte wijze en met de minste onrust in het veld de proef met goed gevolg aflegt, zal de hoogste punten vergaren.
  7. Per proef kan maximaal 20 punten worden behaald worden en daarom 100 punten in totaal.

art. 8.5 De indeling van de proeven

  1. Elk van de navolgende onderdelen moeten in de proeven aandacht krijgen:
    • appèl/heelwork;
    • steadiness/postgedrag;
    • markeren en onthouden (memory);
    • verloren apport (vrij zoeken);
    • waterwerk;
    • sleepsporen (optioneel voor de C-klasse);
    • dirigeren (voor B2- en A-klasse).
  2. Uiteraard kunnen diverse onderdelen in één proef worden verwerkt.

art. 8.6 De dummy’s (zie ook hoofdstuk 3: art. 5 t/m 12)

  1. Er wordt, tenzij anders aangegeven, gewerkt met standaard 500 grams dummy’s (groen of oranje).
  2. Op elk evenement worden clubdummy’s gebruikt, tenzij anders vermeld.
  3. De organisatie van een evenement mag, na overleg met de afgevaardigde en/of het bestuur, afwijkende dummy’s (zowel qua vorm als gewicht) gebruiken die wel of niet bekleed zijn met vellen, veren of vlerken van (volgens de Natuurwet) bejaagbaar kleinwild, waterwild en overig wild.
  4. Bij de B- en A-klasse kan er gebruik worden gemaakt van de dummylauncher, waarvan de dummy’s (plastic of canvas) geapporteerd moeten worden.
  5. Sleepsporen met koud wild en/of dummy’s zijn toegestaan. Sleept men met wild, dan dient er eenzelfde stuk wild aan het eind van de sleep te liggen. Sleept men met een dummy, dan dient er ook een dummy aan het eind van de sleep te liggen.

art. 8.7 Geweren
Tijdens workingtesten kan er gebruik worden gemaakt van officieel (jacht)geweer, alarmpistool, starterspistool en dummy launcher. Zie hiervoor ook artikel 6.14 en 6.15.

art. 8.8 De verdeling der klassen

  1. Er zijn vier verschillende klassen: De C-klasse, de B1-klasse, de B2-klasse en de A-klasse.
  2. Inschrijving in één klasse vindt plaats op basis van eerder behaalde resultaten tijdens clubdiplomadagen en workingtesten georganiseerd door de Nederlandse retrieverrasverenigingen zoals genoemd in art. 4.25 of resultaten die op ORWEJA-evenementen zijn behaald (SJP, OWT en veldwedstrijden).
  3. De klasse-indeling is als volgt:
    C-KLASSE
    • voor honden met één of meerdere C-diploma’s;
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s die de leeftijd van 18 maanden nog niet hebben bereikt en waarvan de voorjager de hond nog niet wenst in te schrijven in de B-klasse.
    B1-KLASSE
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s die voor het eerst in de B-klasse inschrijven;
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s, die op grond van eerdere wedstrijdresultaten niet voldoen aan de eisen gesteld voor de B2-klasse;
    • voor honden die op een OWT een certificaat hebben behaald in de startersklasse, dan wel een (naar het oordeel van het bestuur) in het buitenland behaald vergelijkbaar diploma/certificaat.
    B2-KLASSE
    • voor honden die eerder in de B2-klasse inschreven;
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s die op eerdere workingtesten in de B 1-klasse tweemaal eindigden bij de eerste vijf;
    • voor honden die zijn opgegaan voor het A-diploma, maar dit niet hebben behaald;
    • voor honden met één of meerdere A-diploma’s, die de leeftijd van 24 maanden nog niet bereikt hebben en waarvan de voorjager de hond nog niet wenst in te schrijven in de A-klasse;
    • voor honden die op een CAC-veldwedstrijd georganiseerd door een Nederlandse vereniging zijn gekwalificeerd met een kwalificatie ZG, G of CQN, maar daarbij niet werden geplaatst bij de eerste drie;
    • voor honden die op een OWT een certificaat hebben behaald in de Novice klasse, dan wel een (naar het oordeel van het bestuur) in het buitenland behaald vergelijkbaar diploma/certificaat.
    A-KLASSE
    • voor honden met één of meerdere A-diploma’s;
    • voor honden die op een CAC-veldwedstrijd georganiseerd door een Nederlandse vereniging bij de eerste drie zijn geëindigd met minimaal de kwalificatie ZG of éénmaal een kwalificatie U behaald hebben;
    • voor honden die op een OWT een certificaat hebben behaald in de Open klasse, dan wel een (naar het oordeel van het bestuur) in het buitenland behaald vergelijkbaar diploma/certificaat.
  4. De deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de inschrijving in de juiste klasse. Als tijdens of na de wedstrijd blijkt dat is ingeschreven in een onjuiste klasse, volgt diskwalificatie en/of verwijdering uit de uitslag.

art. 8.9 Eisen inrichting proeven per klasse
N.B. De eisen die specifiek worden genoemd in de C-klasse gelden uiteraard ook (minimaal) voor de B- en A-klasse.

  1. C-KLASSE
    • De honden mogen de proeven zowel los als aangelijnd afleggen, uitgezonderd die proeven waar steadiness essentieel is en de proef met een aangelijnde hond niet beoordeeld kan worden. Bij de beoordeling zal de los voorgejaagde hond een hogere waardering krijgen.
    • De honden mogen de dummy’s zittend of staand afgeven.
    • Met meerdere honden op post verblijven is toegestaan, met een maximum van twee.
    • Apporteeropdrachten bestaan uit maximaal twee dummy’s per proef, met uitzondering van die proeven waarbij snelheid essentieel is (bijvoorbeeld een scurry).
    • Bij enkele markeeropdrachten mag de afstand van inzetplek tot de valplek van de dummy maximaal veertig meter zijn, waarbij rekening moet worden gehouden met de terreinomstandigheden.
    • Bij dubbele markeerproeven (met twee dummy’s) moet de hoek tussen de dummy’s minimaal negentig graden bedragen en mag de afstand naar de dummy’s niet meer dan dertig meter zijn.
    • Bij dubbele markeerproeven moet de volgorde van binnenbrengen altijd willekeurig zijn.
    • Een verloren apport mag (en meerdere verloren apporten mogen) niet verder dan twintig meter in de dekking liggen, waarbij de inzetplek zo mogelijk benedenwinds is.
    • Waterwerk moet bestaan uit markeerapporten, zowel uit als of over water.
    • Uit water mogen twee dummy’s geëist worden, over water maximaal één dummy.
    • De waterbreedte is (bij een apport over water) maximaal tien meter.
    • Verleidingsdummy’s (d.w.z. dummy’s die tijdens het werk van de hond opgegooid worden) zijn alleen toegestaan op het moment dat de hond op de terugweg is met de dummy waarop hij was uitgestuurd. Die verleidingsdummy moet op minimaal twintig meter afstand van de terugkerende hond worden geworpen.
    • In de C-klasse is het gebruik van een zgn. “springkonijn” niet toegestaan.
    • Sleepsporen, bij voorkeur met zijwind, tot een maximale lengte van dertig meter zonder haken getrokken met dood wild of een gesprayde dummy met aan het eind een schoon stuk wild of een gesprayde dummy.
  2. B1-KLASSE
    • De proeven dienen niet aangelijnd te worden afgelegd.
    • De honden mogen de dummy’s zittend of staand afgeven.
    • Apporteeropdrachten bestaan uit maximaal drie dummy’s per proef, met uitzondering van proeven waarbij snelheid essentieel is, zoals (bijvoorbeeld) een scurry.
    • Bij een enkele markeeropdracht mag de afstand van de inzetplek en de valplek van de dummy maximaal zeventig meter bedragen, waarbij rekening dient te worden gehouden met de terreinomstandigheden.
    • Bij een dubbele markeeropdracht (met meerdere dummy’s) mag de afstand van de inzetplek tot de valplaats van de dummy’s niet meer dan zestig meter zijn.
    • Bij een dubbele markeeropdracht kan een verplichte volgorde verlangd worden. De hoek tussen de dummy’s moet in dat geval tenminste negentig graden zijn.
    • Verloren apporten mogen, afhankelijk van het terrein, tot maximaal vijftig meter in de dekking liggen. Dit bij alle windrichtingen.
    • Het uitsturen op een ongezien (blind) apport is toegestaan, tot maximaal dertig meter.
    • Waterwerk kan bestaan uit dummy’s uit en over water.
    • Ongeziene (blinde) dummy’s over water zijn toegestaan.
    • De maximale waterbreedte bij ongeziene dummy’s is veertig meter.
    • Verleidingsdummy’s mogen worden toegepast, als de hond met zijn apport op de terugweg is. De dummy moet op een afstand van minimaal tien meter van de hond worden geworpen.
    • Ook mogen verleidingsdummy’s worden opgegooid voordat een hond wordt uitgezonden op een verloren apport. De hoek tussen deze verleidingsdummy en de te apporteren dummy moet tenminste negentig graden zijn.
    • Springen over hindernissen kan worden verlangd.
    • Sleepsporen tot een lengte van maximaal vijfenzeventig meter en maximaal één haak, getrokken met koud wild of gesprayde dummy met aan het eind een schoon stuk wild of een gesprayde dummy. Bij voorkeur met zijwind.
    • Het schietkonijn is toegestaan als verleiding voordat de hond moet worden uitgezonden op een apport. De hoek tussen de eindplek van het schietkonijn en de te apporteren dummy moet tenminste negentig graden zijn.
  3. B2-KLASSE Naast de hiervoor beschreven eisen ten aanzien van de inrichting van de proeven in de B1-klasse, gelden voor de B2-klasse de navolgende specifieke eisen:
    • Bij een dubbele markeeropdracht met een verplichte volgorde moet de hoek tussen de dummy’s tenminste zestig graden zijn.
    • Sleepsporen tot een lengte van maximaal honderdvijfentwintig meter met maximaal twee haken, getrokken met koud wild of een gesprayde dummy met aan het eind een schoon stuk wild of een gesprayde dummy.
    • Dirigeeropdrachten tot maximaal vijfenzeventig meter zijn toegestaan.
  4. A-KLASSE
    • De honden in deze klasse moeten alle proeven niet aangelijnd afleggen.
    • De honden mogen de dummy’s zittend of staand afgeven.
    • Bij markeeropdrachten met één of meerdere dummy’s mag de afstand maximaal 100 meter bedragen.
    • Bij een dubbele markeeropdracht met verplichte volgorde moet de hoek tussen de dummy’s tenminste 45 graden zijn.
    • De maximale waterbreedte voor ongeziene dummy’s is vijfenzeventig meter.
    • Verleidingen mogen in redelijkheid zowel voor als tijdens de apporten worden geworpen dan wel neergelegd.
    • Dirigeeropdrachten zijn toegestaan tot maximaal honderdvijfentwintig meter afstand tussen de inzetplek en de dummy.
    • Sleepsporen getrokken met koud wild of een gesprayde dummy met aan het eind een schoon stuk wild of een gesprayde dummy. Maximale lengte driehonderd meter, afhankelijk van de geaardheid van het terrein.
  5. Mogelijkheid afwijking eisen De organisatie is gerechtigd om, na overleg met de afgevaardigde, van bovenstaande 'Eisen per Klasse' af te wijken als dat door (bijvoorbeeld) terrein- of weersomstandigheden noodzakelijk wordt geacht.

H9 A - WFRG-Trofee

A. WFRG-TROFEE

art. 9.1 Algemeen
De WFRG-Trofee is een finalewedstrijd voor Flatcoated Retrievers op hoog A-niveau ter afsluiting van het wedstrijdseizoen, bestaande uit minimaal drie, maar bij voorkeur vier afzonderlijke proeven.

art. 9.2 Doel
Het doel van deze finalewedstrijd is het selecteren van Flatcoated Retrievers waarvan de werkkwaliteiten aan zeer hoge eisen voldoen. De uitslag van de WFRG-Trofee is voor het bestuur bepalend voor de selectie van aan de Champions Trophy (CT) deelnemende Flatcoated Retrievers.

art. 9.3 Organisatie

  1. De WFRG-Trofee wordt éénmaal per jaar in het vierde kwartaal onder verantwoordelijkheid van het bestuur georganiseerd.
  2. Het bestuur organiseert zelf of benadert een organiserend comité en delegeert naar eigen goeddunken bevoegdheden aan dit comité.
  3. Het maximale aantal toe te laten combinaties (voorjager samen met hond) is in beginsel zestien.
  4. De combinaties worden door de organisatie ingedeeld in vier groepen van vier combinaties.
  5. Voor aanvang zal via loting in elke groep de volgorde voor het afleggen van de eerste proef bepaald worden. Hierna dienen de combinaties bij elke volgende proef in volgorde door te schuiven.

art. 9.4 Voorwaarden voor deelname aan de WFRG-Trofee

  1. Aan de WFRG-Trofee kunnen uitsluitend Flatcoated Retrievers deelnemen, waarvan de eigenaar of voorjager (gezins)lid is van de WFRG en die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd.
  2. Het is een voorjager niet toegestaan met een Flatcoated Retriever deel te nemen die op de dag dat de WFRG-Trofee gehouden wordt nog niet de leeftijd van 36 maanden heeft bereikt.
  3. Het is niet toegestaan aan een voorjager om met meer dan één Flatcoated Retrievers deel te nemen ondanks het gegeven dat de voorjager zich met meerdere Flatcoated Retrievers heeft gekwalificeerd. Echter de voorjager mag zelf bepalen met welke Flatcoated Retriever hij wil deelnemen, het aantal behaalde punten is niet bepalend.
  4. Een Flatcoated Retriever mag meerdere malen aan de WFRG-Trofee deelnemen.

art. 9.5 Deelname
Het bestuur selecteert de deelnemende Flatcoated Retrievers uit op basis van behaalde diploma’s in het voorgaande seizoen, dan wel tot de vorige WFRG-Trofee.

DE SELECTIE

art. 9.5.1 Eerste fase van de selectie
In de eerste fase van de selectie worden in ieder geval uitgenodigd:

  1. Alle Flatcoated Retrievers, die op een kampioenschaps-, speciaal- of novice apporteerveldwedstrijd van de WFRG een kwalificatie U of ZG hebben behaald.
  2. De eerste drie Flatcoated Retrievers, die op de MAP van de WFRG een A-diploma hebben behaald en zijn geëindigd bij de eerste vijf in de einduitslag.
  3. De eerste drie Flatcoated Retrievers, die op een workingtest van de WFRG een A-certificaat hebben behaald en zijn geëindigd bij de eerste vijf in de einduitslag.
  4. De eerste twee Flatcoated Retrievers, die op de SJP proef van de WFRG een A-diploma hebben behaald en zijn geëindigd bij de eerste vijf in de einduitslag. Flatcoated Retrievers die bij aanvang van het onderhavige seizoen al in het bezit waren van meer dan één A-(club)diploma en/of SJP A-diploma vallen echter niet onder deze bepaling.
  5. De eerste twee Flatcoated Retrievers, die op de clubdiplomadag van de WFRG een A-diploma hebben behaald en zijn geëindigd bij de eerste vijf in de einduitslag. Flatcoated Retrievers die bij aanvang van het onderhavige seizoen al in het bezit waren van meer dan één A-(club)diploma en/of SJP A-diploma vallen niet onder deze bepaling.
  6. De twee Flatcoated Retrievers, die op de WFRG-talentenjacht als eerste en tweede zijn geplaatst in de Open klasse.

Als in de eerste selectiefase meer dan zestien Flatcoated Retrievers voor een uitnodiging in aanmerking komen, dan worden de Flatcoated Retrievers met de beste werkresultaten uitgenodigd. Dit ter beoordeling van het bestuur.

art. 9.5.2 Tweede fase van de selectie
Als er na de eerste selectiefase nog plaatsen beschikbaar zijn, dan worden voor de overige plaatsen Flatcoated Retrievers uitgenodigd die een diploma hebben gehaald op een WFRG-evenement (maar daarbij niet voldoen aan de selectiecriteria zoals omschreven in artikel 9.5.1), op een evenement van een andere erkende retrieververeniging of van een KNJV-Gewest. Het betreft de volgende werkresultaten:

  1. Een kwalificatie op een kampioenschaps-, speciaal- of novice-apporteerveldwedstrijd, gehouden volgens het Algemeen Veldwedstrijd Reglement (Orweja).
  2. Een MAP A-diploma, volgens het Orweja Reglement Jachthondenproeven.
  3. Een SJP A-diploma, volgens het Orweja Reglement Jachthondenproeven.
  4. Een kwalificatie op een OWT in de Open Klasse, volgens het Orweja Workingtest Reglement.
  5. Een workingtest A-certificaat, volgens het JPC-reglement van de betreffende retrieverrasvereniging.
  6. Een clubdiploma-A, volgens het JPC-reglement van de betreffende retrieverrasvereniging.
  7. Een plaatsing als derde, vierde of vijfde op de WFRG-Talentenjacht in de Open Klasse.

Als er in de tweede selectiefase meer Flatcoated Retrievers in aanmerking komen dan er plaatsen beschikbaar zijn, zal voor de overige plaatsen een selectie plaats vinden op basis van de beste resultaten van maximaal twee evenementen. Per evenement wordt het volgende aantal punten toegekend:

  • Veldwedstrijden: U is 12 punten, ZG is 10 punten, G is 7 punten
  • MAP's, OWT's en workingtesten (inclusief de WFRG-Talentenjacht): 10 punten
  • SJP's en clubdiplomadagen: 7 punten

Als er meer Flatcoated Retrievers in aanmerking komen voor de laatste overige beschikbare plaats beslist het bestuur.

art. 9.6 Keurmeesters

  1. Op de WFRG-Trofee ambteren keurmeesters die voldoen aan de eisen gesteld door het bestuur.
  2. Als het bestuur dit noodzakelijk acht kunnen er per proef meerdere keurmeesters worden ingezet.

art. 9.7 Inrichting van de proeven

  1. De opdrachten moeten van dien aard zijn dat de verschillende aspecten van apporteren te weten: vrij verloren apport, markeerapport, gedirigeerd apport en apport op sleep zo veel mogelijk in de verschillende proeven zijn verweven.
  2. Naast hetgeen in artikel 8.9 sub 4 is bepaald over de inrichting van de workingtesten in de A-Klasse, gelden op de WFRG-Trofee de navolgende (afwijkende) bepalingen m.b.t. de inrichting van de proeven:
    • De afstand waarover een hond op een proefonderdeel gestuurd mag worden om te markeren, een blind of verloren apport op te halen, of een sleep op te pakken, mag de 150 meter niet overschrijden.
    • Bij een dirigeeropdracht naar het begin van een sleepspoor mag de totale afstand van de dirigeer en het sleepspoor niet meer dan 350 meter zijn.

art. 9.8 Omvang en duur proeven

  1. Elke proef bestaat uit drie apporten.
  2. De tijdsduur per proef bedraagt maximaal 15 minuten. Het is aan het inzicht van de keurmeester de tijd iets te verlengen (als de hond volop aan het werk is) of te verkorten (als de hond niet wil werken of 'stuk' zit).
  3. Een keurmeester is bevoegd om een proef te laten beëindigen wanneer er naar zijn oordeel niet aan de gestelde eisen wordt voldaan.

art. 9.9 Koud wild
Op de WFRG-Trofee wordt uitsluitend met koud wild gewerkt.

art. 9.10 Beoordeling

  1. De wijze van keuren moet praktijkgericht zijn.
  2. De uitvoering van een proef wordt gewaardeerd met cijfers van 0 tot en met 100.
  3. Alle honden moeten los worden voorgejaagd. Inspringen en onrust op post leiden tot puntenaftrek.
  4. Het apport moet correct worden geapporteerd. Staand afgeven leidt niet tot puntenaftrek.
  5. Om een voldoende te behalen moet de hond alle apporten binnen de vastgestelde tijd hebben geapporteerd en dient hiervoor minimaal 55 punten te verkrijgen.
  6. In geval een hond een apport niet binnenbrengt zal op deze proef een onvoldoende verkregen worden, hiervoor zijn maximaal 54 punten te verkrijgen.
  7. Als een voorjager bij het uitsturen van de hond bewust afwijkt van de voorgeschreven volgorde, waardoor de apporten niet in de juiste volgorde worden binnengebracht, zal op deze proef een onvoldoende worden verkregen (maximaal 54 punten).
  8. Als een hond alle apporten binnenbrengt, maar niet in de juiste volgorde zonder dat de voorjager bij het uitsturen bewust is afgeweken van de voorgeschreven volgorde, zal voor deze proef een voldoende worden verkregen met een puntenwaardering tussen de 55 en 70 punten.

art. 9.11 Bijzondere bepalingen
Een afgevaardigde of het comité is bevoegd om van de bepalingen in deze paragraaf af te wijken, als en voor zover de omstandigheden zodanig zijn dat aan de essentie van een proef anders geen recht kan worden gedaan.

art. 9.12 Certificaten en plaatsing

  1. 1. Om een certificaat te behalen moeten alle apporten binnen de gestelde tijd zijn binnengebracht en per proef een voldoende zijn behaald. De combinatie met een behaald certificaat met het hoogste aantal punten is de winnende combinatie.
  2. In geval een hond een apport niet binnenbrengt binnen de daarvoor geldende tijd zal deze hond in de uitslag lager eindigen dan de hond die alle apporten binnenbrengt, ongeacht het aantal behaalde punten.
  3. Aan iedere deelnemer, die geen certificaat behaald, wordt een herinneringscertificaat uitgereikt.
  4. Certificaatformulieren worden door het bestuur ter beschikking gesteld. Deze dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de afgevaardigde of het comité te zijn ondertekend, onmiddellijk na afloop van de WFRG-Trofee aan de rechthebbenden te worden uitgereikt.

art. 9.13 Bekerreglement

  1. Aan de winnende combinatie, voorjager en hond, wordt de WFRG-Trofee uitgereikt.
  2. De WFRG-Trofee is een wisseltrofee, die door het bestuur ter beschikking is gesteld.
  3. De WFRG-Trofee blijft eigendom van het bestuur en kan daarom nimmer permanent in eigendom worden verworven.
  4. Voor het in de WFRG-Trofee doen aanbrengen van een toepasselijke gravering wordt door en op kosten van het bestuur zorggedragen.
  5. Als in enig jaar de WFRG-Trofee niet wordt gehouden of als geen der deelnemers een certificaat behaald, wordt de WFRG-Trofee niet uitgereikt.

H9 B - WFRG-Talentenjacht

art. 9.14 Algemeen
De WFRG-Talentenjacht is een (speciale) workingtest waaraan uitsluitend Flatcoated Retrievers kunnen deelnemen. De workingtest bestaat in beginsel uit vier meervoudige niet gestandaardiseerde apporteerproeven, ingedeeld in drie klassen. Voor de beste vijf combinaties per klasse, mits zij alle apporten hebben binnen gebracht, volgt aansluitend een vijfde apporteerproef (de finaleproef). Het bestuur kan besluiten voor speciale doelgroepen extra, in dit reglement omschreven, klassen open te stellen.

art. 9.15 Doel
Het doel van de WFRG-Talentenjacht is om eens per jaar de prestaties van zoveel mogelijk Flatcoated Retrievers en op alle niveaus, in wedstrijdverband te vergelijken. Van dit evenement dient in het bijzonder een stimulerende werking uit te gaan met betrekking tot deelname aan jacht gerelateerde proeven.

art. 9.16 Relatie met reglementering workingtesten (hoofdstuk 8)

  1. De WFRG-Talentenjacht is een workingtest waarbij hoofdstuk 8 van dit Jachtproevenreglement van toepassing is.
  2. In afwijking met het voorgaande kent de WFRG-Talentenjacht echter een eigen, in artikel 9.16 omschreven verdeling van de klassen. De gevolgen hiervan voor de eisen per klasse worden in artikel 9.17 benoemd.

art. 9.17 De verdeling der klassen

  1. De WFRG-Talentenjacht wordt ingedeeld in drie (standaard)klassen, te weten de Starters klasse, de Novice klasse en de Open klasse. Daarnaast bestaat de mogelijk het evenement uit te breiden met een Veteranen klasse.
  2. Inschrijving in een klasse vindt plaats op basis van eerder behaalde resultaten tijdens clubdiplomadagen en workingtesten georganiseerd door Nederlandse retrieverrasverenigingen of resultaten binnen ORWEJA verband behaald op KNJV-jachthondenproeven, meervoudige apporteerproeven en veldwedstrijden.
  3. De deelnemer is verantwoordelijk voor de inschrijving in de juiste klasse. Als tijdens of na de wedstrijd blijkt dat is ingeschreven in een onjuiste klasse volgt diskwalificatie en/of verwijdering uit de uitslag.
  4. De klasse indeling is als volgt:
    STARTERS KLASSE
    • voor honden met één of meerdere C-diploma’s;
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s, die de leeftijd van 18 maanden nog niet hebben bereikt en waarvan de voorjager de hond nog niet wenst in te schrijven in de Novice klasse;
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s met een maximaal puntenaantal van minder dan 68, die de leeftijd van 30 maanden nog niet hebben bereikt en waarvan de voorjager de hond nog niet wenst in te schrijven in de Novice klasse.
    NOVICE KLASSE
    • voor honden met één of meerdere B-diploma’s;
    • voor honden die in de starters klasse van een OWT tweemaal eindigden bij de eerste drie;
    • voor honden die op eerdere Workingtesten in de B1-klasse tweemaal eindigden bij de eerste vijf;
    • voor honden met één of meerdere certificaten behaald in de Novice-klasse in de OWT;
    • voor honden die op een CAC-veldwedstrijd georganiseerd door een Nederlandse Vereniging zijn gekwalificeerd met een kwalificatie ZG, G, of CQN maar daarbij niet werden geplaatst bij de eerste drie;
    • voor honden met één of meerdere A-diploma’s, die de leeftijd van 24 maanden nog niet bereikt hebben en waarvan de voorjager de hond nog niet wenst in te schrijven in de Open klasse.
    OPEN KLASSE
    • voor honden met één of meerdere A-diploma’s;
    • voor honden die in de Novice klasse van een OWT tweemaal eindigden bij de eerste drie;
    • voor honden die op eerdere workingtesten in de B2-klasse tweemaal eindigden bij de eerste vijf;
    • voor honden met één of meerdere certificaten behaald in de Open Klasse in de OWT;
    • voor honden die op een CAC-veldwedstrijd georganiseerd door een Nederlandse vereniging bij de eerste drie zijn geëindigd met minimaal de kwalificatie ZG, of driemaal een kwalificatie G of éénmaal een kwalificatie U behaald hebben.
    VETERANEN KLASSE
    • voor honden die op de datum van deelname aan de WFRG-Talentenjacht minimaal de leeftijd van 8 jaar hebben bereikt en in het betreffende kalenderjaar niet meer actief zijn geweest in het officiële wedstrijdcircuit;
    • de Veteranen klasse is vooral bedoeld om het actief blijven met de oudere hond te stimuleren. Het karakter van de Veteranen klasse is meer plezierig dan competitief.

N.B. Over de indeling van buitenlandse Flatcoated Retrievers op basis van in het buitenland behaalde werkresultaten beslist het bestuur.

art. 9.18 Eisen per klasse

  1. De in hoofdstuk 8, artikel 8.9 geformuleerde eisen per klasse zijn ook van kracht voor de WFRG-Talentenjacht, met dien verstande dat de eisen voor de C-klasse van toepassing zijn voor de Starters klasse, de eisen voor de B1-klasse voor de Novice klasse, de eisen voor de B2-klasse voor de Veteranen klasse en de eisen voor de A-klasse voor de Open klasse.
  2. De organisatie is gerechtigd om van bovenstaande 'Eisen per Klasse' af te wijken als dat door bijvoorbeeld terreinomstandigheden noodzakelijk wordt geacht.

art. 9.19 Certificaten en plaatsing

  1. Aan iedere deelnemer wordt een certificaat van deelname uitgereikt.
  2. Honden, die hebben deelgenomen aan de finaleproef zullen uiteindelijk worden gerangschikt op basis van het totale aantal punten over vijf proeven, echter in geval een hond in de finaleproef een apport niet binnenbrengt, zal deze hond lager worden geplaatst dan de hond die alle apporten binnenbrengt.
  3. Als twee of meer honden na de finaleproef met een gelijk aantal punten eindigen vindt plaatsing plaats op basis van het aantal punten in de finaleproef. Mocht er ook dan nog geen onderscheid bestaan dan is het aantal proeven met de hoogst toegekende score bepalend.
  4. Certificaatformulieren worden door het bestuur ter beschikking gesteld. Deze dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de afgevaardigde of het comité te zijn ondertekend, onmiddellijk na afloop van de WFRG-Talentenjacht aan de rechthebbenden te worden uitgereikt.

H10 - Teamwedstrijd

art. 10.1 Algemeen
Een teamwedstrijd is een workingtest waaraan wordt deelgenomen door teams bestaande uit drie retrievers van verschillende africhtingsniveau.

art. 10.2 Voorwaarden deelname

  1. Elk team moet bestaan uit drie gediplomeerde retrievers te weten een A-, een B- en een C-hond.
  2. De A-hond mag vervangen worden door:
    • een B2-hond die tijdens deelname aan een workingtest in de B2-klasse een certificaat heeft behaald;
    • een hond die op een CAC-veldwedstrijd georganiseerd door een Nederlandse retrieververeniging minimaal een ZG-kwalificatie heeft behaald.
  3. Om te voorkomen dat honden zich na inschrijving voor de teamwedstrijd niet verder kunnen ontwikkelen, mogen hogere diploma’s, behaald in de periode van drie maanden voor de datum van de teamwedstrijd, buiten beschouwing worden gelaten.

art. 10.3 Inrichting proeven

  1. De proeven bestaan uit mimimaal één en maximaal twee apporten op A-, B- en C-niveau en dus minimaal drie en maximaal zes apporten in totaal per proef.
  2. De eisen per klasse zijn beschreven in desbetreffende artikelen van de workingtesten, waarbij voor de B-klasse de voorwaarden van de B1 klasse gelden.
  3. Per proef kan per (A, B en C) hond maximaal 20 punten worden behaald en dus 60 punten in totaal.
  4. Een teamwedstrijd bestaat uit minimaal vier, doch bij voorkeur vijf proeven.

art. 10.4 Uitvoering proeven

  1. Het staat een team vrij om te bepalen welke hond op welk onderdeel zal worden ingezet.
  2. Als een hond een apport niet binnenbrengt, mag een andere hond op dat gemiste apport worden ingezet. In dat geval kunnen nog maximaal 5 punten op dat apport worden behaald als het een enkel apport betrof en maximaal 3 punten indien het een gemiste apport van een tweevoudig apport betrof.
  3. Als een hond een verkeerd apport binnen brengt, kan hij voor dat (verkeerde) apport maximaal 5 punten behalen. In dat geval kan door de andere twee honden, op de (één of twee) nog resterende onderdelen, nog steeds (maximaal) 20 punten op die resterende onderdelen worden behaald.

art. 10.5 Gevolgen diskwalificatie hond

  1. Als een hond uit een team wordt gediskwalificeerd, is deze hond van verdere deelname uitgesloten.
  2. De punten die de gediskwalificeerde hond behaald heeft bij eerdere afgelegde proeven worden niet meegerekend bij de einduitslag van het betreffende team.
  3. Bij de nog af te leggen proeven mogen de overgebleven honden uit het team het apport of de apporten van de gediskwalificeerde hond ophalen, waarbij maximaal 5 punten (bij enkele apporten), dan wel 6 punten (bij dubbele apporten) per proef kunnen worden behaald.
  4. Voor redenen van diskwalificatie zie verder hoofdstuk 18 van dit reglement.

art. 10.6 Experimenteerregeling
Het bestuur is gerechtigd om bij wijze van experiment, met betrekking tot de hierna vermelde onderdelen, van de in dit hoofdstuk beschreven regelgeving af te wijken;

  • het aantal retrievers per team;
  • het africhtingsniveau van de van het team deel uitmakende retrievers;
  • de inrichting van de proeven;
  • de uitvoering van de proeven.

H11 - IWT-selectiedag

art. 11.1 Internationale Working Test (IWT)
De Internationale Workingtest is een workingtest waaraan wordt deelgenomen door teams bestaande uit retrievers, afkomstig uit verschillende landen. Dit evenement vindt jaarlijks in een ander land plaats.

art. 11.2 IWT-Selectiedag

  1. De selectie voor de Nederlandse teams vindt plaats via deelname aan de IWT-selectiedag.
  2. De IWT-selectiedag is een ORWEJA-evenement, waarop specifieke (Orweja) regelgeving van toepassing is. Voor de inhoud van dat reglement wordt verwezen naar de website van ORWEJA.
  3. Aan de IWT-selectiedag kunnen meerdere teams namens de WFRG deelnemen.
  4. Een team neemt als WFRG-team deel aan de IWT-selectiedag, na aanmelding zoals in artikel 11.3 is beschreven. Zij voldoen aan de voorwaarden zoals in artikel 11.4 is beschreven en zijn door het bestuur als WFRG-team geaccepteerd.
  5. Deelname aan de IWT-selectiedag als (een) WFRG-team geschiedt op eigen kosten (van het team).

art 11.3 (Eventuele) sponsoring WFRG-team

  1. Om in aanmerking te kunnen komen voor eventuele sponsoring vanuit de WFRG, dienen teams zich minimaal twee weken voor de door ORWEJA bepaalde sluitingsdatum voor inschrijving voor IWT-selectiedag aan te melden bij de secretaris van het bestuur.
  2. De teams die in aanmerking willen komen voor sponsering vanuit de WFRG zijn zelf verantwoordelijk voor tijdige inschrijving/aanmelding voor de IWT-selectiedag bij ORWEJA.
  3. Uiterlijk twee weken voor de IWT-selectiedag zal de WFRG de teams die zich (tijdig) bij de WFRG hebben aangemeld, berichten of zij bij plaatsing voor sponsering vanuit de WFRG in aanmerking komen.
  4. Bij aanmelding en acceptatie van meerdere teams bij en door de WFRG, geschiedt de selectie van het team dat voor sponsoring in aanmerking komt, via deelname aan (en plaatsing tijdens) de IWT-selectiedag.
  5. Als meerdere WFRG-teams zich tijdens de IWT-selectiedag kwalificeren voor deelname aan de IWT, wordt alleen het hoogstgeplaatste team gesponsord door de WFRG.
  6. Als meerdere WFRG-teams zich hebben aangemeld voor deelname aan de IWT-selectiedag, maar er geen IWT-selectiedag plaatsvindt, ontvangt in beginsel geen van de teams sponsoring. In voorkomende gevallen kan het bestuur van de WFRG echter besluiten om de aangemelde teams, die van Orweja een ticket aan de IWT hebben ontvangen, in de gelegenheid te stellen om aan een door het bestuur van de WFRG georganiseerde onderlinge wedstrijd deel te nemen, waarbij de winnaar in dat geval alsnog sponsoring krijgt.
  7. Indien slechts één enkel WFRG-team zich heeft aangemeld voor deelname aan de IWT-selectiedag, maar er geen IWT-selectiedag plaatsvindt, is het aan het bestuur om te bepalen of dat team voor sponsoring in aanmerking komt.
  8. Een WFRG-team ontvangt enkel sponsoring vanuit de WFRG, als zij van ORWEJA een ticket voor deelname aan de IWT ontvangen en ook daadwerkelijk aan de IWT deelnemen.

art 11.4 Voorwaarden WFRG-Team(s)
Om namens de WFRG, als WFRG-team(s), te kunnen deelnemen aan de IWT-selectiedag, dient het team te voldoen aan de navolgende voorwaarden:

  • Het team, inclusief eventuele reserve, dient uitsluitend uit Flatcoated Retrievers te bestaan, waarvan de eigenaren en voorjagers lid zijn van de WFRG.
  • Alle teamleden, inclusief eventuele reserve, voldoen aan de voorwaarden als bepaald in het reglement IWT-selectiewedstrijd als gepubliceerd door ORWEJA.
  • Het team, inclusief eventuele reserve, heeft zich tijdig aangemeld bij ORWEJA én de WFRG zoals in artikel 11.1 en 11.2 is beschreven.
  • Het team zich bereid verklaart een verslag te schrijven van hun deelname aan de IWT ter publicatie op de website van de WFRG.

art. 11.5 Wijziging samenstelling team
Na plaatsing via de IWT-selectiedag kan de samenstelling van het WFRG-team voor deelname aan een IWT niet meer gewijzigd worden, anders dan de inzet van de reserve, mits ook de reserve voldoet aan de bepalingen zoals in artikel 11.4 is beschreven.

art. 11.6 Gevolgen eventuele terugtrekking WFRG-team

  1. Als het volgens artikel 11.3 geselecteerde WFRG-team zich, om welke reden dan ook, voor deelname aan de IWT terugtrekt, dient dat team dit per omgaande aan de secretaris van het bestuur te melden en eventuele reeds ontvangen sponsoring aan de WFRG te retourneren.
  2. Retournering aan de WFRG dient te geschieden binnen 14 dagen na de datum van de melding van terugtrekking.

art. 11.7 Vervanging WFRG-team

  1. Als het geselecteerde WFRG-team zich heeft teruggetrokken voor deelname aan de IWT zoals in artikel 11.6 is beschreven, kan de WFRG een ander WFRG-team uitzenden, mits deelname van dat team reglementair en organisatorisch nog mogelijk is.
  2. Het WFRG-team dat ter vervanging kan worden uitgezonden, dient te hebben deelgenomen aan de IWT-selectiedag en is in dat geval het op één na hoogstgeplaatste team (na het eerder geselecteerde maar teruggetrokken team).

art. 11.8 Omvang Sponsoring WFRG

  1. De sponsoring vanuit de WFRG bestaat uit een financiële bijdrage in de kosten van inschrijving en deelname van het door de WFRG-team aan de IWT.
  2. Het betreffende (sponsor)bedrag wordt jaarlijks door het bestuur van de WFRG vastgesteld.
  3. Sponsoring vanuit de WFRG aan een team is geen recht van het team, maar een voorrecht dat door de WFRG aan een team kan worden verleend.
  4. De WFRG is daarom te allen tijde gerechtigd om, om haar moverende redenen, van sponsoring af te zien.

H12 - VUT-wedstrijd

art. 12.1 Inhoud, doel en omvang VUT-wedstrijd

  1. De VUT-wedstrijd is een workingtest op B-niveau voor de wat oudere, maar nog lang niet afgeschreven, retriever.
  2. Het doel van de VUT-wedstrijd is een voor de hond en voorjager plezierige herbeleving van vroegere deelname in het wedstrijdcircuit en het actief blijven met de oude(re) hond.
  3. Het karakter van de VUT-wedstrijd is aldus meer plezierig dan competitief.
  4. Bij de opzet en inhoud van de (B-)proeven zal met dat karakter en de oude(re) leeftijd van de deelnemende honden rekening worden gehouden.

art. 12.2 Voorwaarden deelname

  1. De hond dient op de datum van deelname aan de VUT-wedstrijd minimaal de leeftijd van 8 jaar hebben bereikt.
  2. De hond mag minimaal 12 maanden voor de datum van deelname aan de VUT-wedstrijd niet meer in het officiële wedstrijdcircuit actief zijn geweest.

H13 - Koudwildtest

art. 13.1 Inhoud, doel en karakter koudwildtest

  1. Een Koudwildtest is bedoeld om retrievers en hun voorjagers ervaring te laten opdoen met situaties die zich tijdens de veldwedstrijden kunnen voordoen en hun geschiktheid voor eventuele deelname daaraan te testen.
  2. Daartoe worden, met gebruik van koud wild, verschillende veldwedstrijdvormen nagebootst.
  3. De koudwildtest heeft een informatief karakter en is nadrukkelijk géén wedstrijd, maar een test.

art. 13.2 Voorwaarden deelname

  1. Voor deelname aan de Koudwildtest gelden de navolgende voorwaarden:
    • deelname staat enkel open voor retrievers;
    • de hond dient van (minimaal) goed B1/Starters-niveau en enigszins dirigeerbaar te zijn;
    • de hond dient op de datum van deelname minstens 1,5 jaar en ten hoogste 3,5 jaar te zijn;
    • de hond moet zonder problemen alle bij wet toegestane haar- en veerwild apporteren;
    • de hond moet beslist steady zijn (geen piepende, blaffende of jankende honden);
    • de hond mag niet hard in de bek zijn;
    • de hond mag nog geen veldwerkcertificaat hebben gehaald;
    • de voorjager moet lid zijn van de WFRG, of een andere erkende retrieververeniging.
  2. Enige ervaring in de praktijkjacht strekt tot aanbeveling, maar is geen voorwaarde voor deelname.

art. 13.3 Uitsluiting (verdere) deelname
Honden die ernstige fouten vertonen (zoals zeer slordig apporteren, wild weigeren, wild aanvreten, hard in de bek zijn en/of hinderlijk piepen of janken), kunnen door de organisatie en/of keurmeesters van verdere deelname worden uitgesloten.

art. 13.4 Gedragsregels

  1. Tijdens de koudwildtest wordt deelname aan een veldwedstrijd gesimuleerd. Van voorjagers wordt daarom verwacht dat zij zich gedragen alsof zij op een echte veldwedstrijd zijn.
  2. Voor de gedragsregels die gelden tijdens veldwedstrijden (en de jachtpraktijkdag) wordt verwezen naar Hoofdstuk 16.

art. 13.5 Beoordeling

  1. De honden worden individueel beoordeeld op hun geschiktheid voor eventuele deelname aan de veldwedstrijden.
  2. Er wordt géén rangschikking opgesteld.

H14 - Jachtpraktijkdag

art. 14.1 Doel en inhoud jachtpraktijkdag

  1. Een jachtpraktijkdag is een jachtdag op warm wild, waarbij de geschiktheid voor deelname aan veldwedstrijden kan worden getest en de deelnemers kennis kunnen maken met het reilen en zeilen tijdens een veldwedstrijd.
  2. Tijdens de jachtpraktijkdag zullen één of meer vormen van veldwedstrijden worden beproefd.
  3. Deze dag is bedoeld voor combinaties die aan veldwedstrijden willen gaan deelnemen.

art. 14.2 Voorwaarden deelname

  1. Deelname staat open voor WFRG-leden met hun Flatcoated Retrievers, waarvan de hond nog geen veldwerkkwalificatie heeft.
  2. De hond dient ervaring te hebben met het apporteren van warm wild.
  3. Voor het overige gelden dezelfde voorwaarden als bij de deelname aan de koudwildtest, als hiervoor in artikel 13.2 is beschreven.

art. 14.3 Uitsluiting (verdere) deelname
Honden die ernstige fouten vertonen, zoals geen wild willen apporteren, wild aanvreten, hard in de bek zijn en hinderlijk piepen of janken, kunnen door de organisatie en/of keurmeesters van verdere deelname worden uitgesloten.

art. 14.4 Beoordeling

  1. De honden worden individueel beoordeeld op hun geschiktheid voor eventuele deelname aan de veldwedstrijden. Daarbij wordt uitgegaan van het gemiddeld werkniveau tijdens veldwedstrijden op Novice niveau.
  2. Er wordt géén rangschikking opgesteld.

art. 14.5 Keurmeesters
Als keurmeesters kunnen worden uitgenodigd veldwedstrijd-keurmeesters en zij die hun sporen verdiend hebben tijdens de veldwedstrijden.

art. 14.6 Omvang deelname en loting

  1. Het aantal combinaties dat aan de jachtpraktijkdag kan deelnemen is afhankelijk van het ter beschikking gestelde veld en een inschatting van het wildaanbod en wordt daarom door het bestuur, in samenspraak met de jachthouder, bepaald.
  2. Bij overinschrijving zal de plaatsing worden bepaald door middel van loting na de sluitingsdatum.

art. 14.7 Los of aangelijnd

  1. De honden worden in beginsel en bij voorkeur los voorgejaagd.
  2. In overleg of op instructie van de keurmeesters kan worden besloten dat een hond aangelijnd mag of moet worden voorgejaagd, bijvoorbeeld na (al dan niet herhaaldelijk) inspringen.

art 14.8 Gedragsregels
Om de test niet te verstoren en in verband met de veiligheid gelden de gedragsregels zoals beschreven in Hoofdstuk 16.

H15 - Mock Trial

art. 15.1 Doel en inhoud Mock Trial
Een Mock Trial is een wedstrijd met dummy’s waarbij verschillende vormen van veldwedstrijden worden nagebootst en als zodanig gekeurd wordt.

art. 15.2 Inschrijving / Klassen

  1. Om aan een Mock Trial te kunnen deelnemen dient men zich in te schrijven via het digitale inschrijfsysteem van de WFRG.
  2. Inschrijving is mogelijk in drie verschillende klassen, te weten:
    • Starters
    • Novice
    • Open
  3. Als men zich in een bepaalde klasse wenst in te schrijven is het niet verplicht maar wel gewenst dat men al een OWT-certificaat in de betreffende klasse heeft behaald.

art. 15.3 Regelgeving
Een Mock Trial is een JP-evenement, waarbij er tijdens de wedstrijd gekeurd wordt volgens het Algemeen Veldwedstrijdreglement (supplement voor Retrievers) van Orweja. Voor de inhoud van dat reglement wordt verwezen naar de website van Orweja.

art. 15.4 Keurmeesters
Als keurmeesters worden bij voorkeur gevraagd de door Orweja benoemde (aspirant) keurmeesters voor de veldwedstrijden, dan wel zij die in het veldwerk hun sporen verdiend hebben.

art. 15.5 Workshop
De deelnemers die tijdens de eerste ronde een eliminerende fout hebben gemaakt en daarom uit de wedstrijd liggen, kunnen nadien nog deelnemen aan een workshop.

art. 15.6 Uitslag
De uitslag van de wedstrijd wordt bepaald aan de hand van de kwalificaties die door de keurmeesters, gelijk als bij een officiële veldwedstrijd, aan het getoonde werk van de honden worden gegeven (U, ZG, G, NC).

H16 - Inschrijving, gedragsregels jachtpraktijkdag en veldwedstrijden

A. INSCHRIJVING / LOTING

art. 16.1 Inschrijving jachtpraktijkdag
Voor deelname aan de jachtpraktijkdag kan men zich aanmelden bij de wedstrijdsecretaris van de WFRG via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

art. 16.2 Inschrijving veldwedstrijden
Om deel te kunnen nemen aan een veldwedstrijd dient men zich in te schrijven via het digitale inschrijfsysteem van Orweja (https://my.orweja.nl).

Art.16.3 Loting Kampioenschapsveldwedstrijden

  1. Het 60-40 systeem hoeft alleen bij overinschrijving te worden toegepast.
  2. Als de inschrijver meerdere honden heeft ingeschreven moet deze een voorkeur-hond aanwijzen voor de loting in de 60%. De andere hond(en) zullen alleen mee loten met de reservehonden. Als de inschrijver geen voorkeur-hond heeft aangegeven, zal de inschrijver een mail van de wedstrijdsecretaris ontvangen met het verzoek een voorkeur-hond aan te wijzen. Als binnen, in de mail aangegeven termijn geen antwoord is ontvangen, zal de wedstrijdsecretaris een hond aanwijzen.
  3. De criteria om binnen de 40% geplaatst te worden zijn in willekeurige volgorde:
    • veldwedstrijdkeurmeesters, die gedurende het betreffende wedstrijdseizoen retriever-wedstrijden keuren en daardoor zelf minder kunnen inschrijven op de betreffende wedstrijden tot een maximum van twee veldwedstrijden;
    • een inschrijver die een groot aandeel heeft gehad bij het aanbrengen van de veldwedstrijd;
    • elke andere reden, die de WFRG gerechtigd vindt om een inschrijver tot de 40% te rekenen.
  4. De loting wordt door wedstrijdsecretaris openbaar gedaan. Wanneer er een loting plaats vindt zal dit kenbaar worden gemaakt op de website van Orweja.
  5. De loting vindt in fasen plaats:
    • bekendmaking van de honden die in de 40% geplaatst zijn, met redenen omkleed;
    • loting van de overige plaatsen;
    • uit de overige inschrijvers wordt de reservelijst geloot, hierbij is de volgorde van loting, de volgorde op de reservelijst.
  6. De wedstrijdsecretaris houdt een verslag bij van de loting en de toegepaste criteria
  7. De wedstrijdsecretaris informeert alle inschrijvers na de loting.

Art.16.4 Overinschrijving overige veldwedstrijden
De lotingsregels bij kampioenschapswedstrijden zoals hiervoor in artikel 14.3 is beschreven, zijn niet van toepassing op de overige veldwedstrijden.

B. GEDRAGSREGELS

Om de jacht niet te verstoren en i.v.m. de veiligheid, gelden voor de voorjagers de navolgende gedragsregels.

art. 16.5 Weidelijkheidsregels
Het houden van de weidelijke jacht staat te allen tijde primair en het houden van een “jachthondenwedstrijd” secundair.

art. 16.6 Kleding
Voorjagers dienen bedekte kleding (bij voorkeur groen/bruin of camouflage) te dragen.

art. 16.7 Toeschouwers
Het meenemen van toeschouwers/begeleiders in het veld is niet toegestaan.

art. 16.8 Onthouden commentaar

  1. Omdat we te gast zijn, dienen voorjagers zich te onthouden van commentaar, bijvoorbeeld op:
    • wijze post-indeling, drijven, verloop jacht enz.;
    • kwaliteit schutters;
    • hoeveelheid en kwaliteit gepresenteerde wild.
  2. Commentaar ten aanzien van het werken van andere honden dient achterwege te blijven.

art. 16.9 Instructies
Voorjagers dienen alle instructies van veldwedstrijdleiding en/of keurmeesters op te volgen.

art. 16.10 Aanwijzingen
Wanneer de jagermeester of de geweren i.v.m. de veiligheid of om andere redenen aanwijzingen geven, dienen deze te worden opgevolgd.

art. 16.11 Voor de voet-jacht (Walk up)
Bij de jachtvorm 'voor de voet' (walk up) dient men te allen tijde in de linie te blijven en zich te richten op de instructies/aanwijzingen van de keurmeesters/wedstrijdleiding en/of jagermeester/geweren.

art. 16.12 Ter drijfjacht / Op post
Voor de jachtvormen 'ter drijfjacht' en “op post” geldt dat:

  • de voorjagers bij hun keurmeester/geweer, dan wel op de aangegeven wachtplaats voor niet in de wedstrijd zittende combinaties dienen te blijven;
  • de voorjagers de wachtplaats slechts mogen verlaten op aanwijzing van wedstrijdleiding/keurmeester;
  • er in de wachtplaats stilte dient te worden betracht, tenzij de wedstrijdleiding anders meedeelt;
  • de voorjagers zich bij het innemen van de posten en tijdens de driften t.a.v. sluipen, dekking zoeken enz. zoveel mogelijk moeten gedragen als de geweren en keurmeesters.

art. 16.13 Communiceren
Communiceren met keurmeesters, geweren of andere personen, waaronder de andere deelnemers, dient tijdens de jacht tot het uiterste minimum te worden beperkt.

art. 16.14 Aanlijnen
De honden blijven te allen tijde aangelijnd totdat de wedstrijdleiding of de keurmeesters te kennen geven dat de hond dient te afgelijnd.

art. 16.15 Uit de wedstrijd
Voorjagers die definitief uit de wedstrijd zijn, dienen zich aan dezelfde regels te houden als zij die nog in de wedstrijd zitten.

art. 16.16 Beperking Verstoring
Om de kans op verstoring van het wild te minimaliseren dient:

  • bij verplaatsingen met de auto naar of in het veld moet zoveel mogelijk met elkaar meegereden te worden;
  • bij nadering van het veld de lichten van de auto te worden gedimd;
  • bij het uitstappen en gereedmaken het geluidsniveau tot het minimum te worden beperkt;
  • het geluid van de mobiele telefoon te worden uitgeschakeld.

art. 16.17 Uitsluiting (verdere) deelname
Bij calamiteiten of overtreding van de in dit hoofdstuk genoemde artikelen kan de deelnemer van verdere deelname worden uitgesloten.

art. 16.18 Gebruik mobiele telefoon / Social Media

  1. Het gebruik van de mobiele telefoon dient tijdens de jachtpraktijkdagen en veldwedstrijden beperkt te worden tot het strikt noodzakelijke. Dit, om de kans op verstoring van het wild en/of de wedstrijd te minimaliseren.
  2. Het gebruik van de mobiele telefoon is niet toegestaan vanaf het moment dat men in de wedstrijd is tot het moment dat men weer uit de wedstrijd is.
  3. Men dient zich te realiseren dat het nemen van foto’s tijdens de jacht en zeker het plaatsen van die foto’s op Social Media zeer gevoelig kan liggen bij de jachthouder en/of de geweren. Het nemen en plaatsen van foto’s en/of video’s is dan ook pas geoorloofd, na toestemming van de gedelegeerde van het Field Trial Comité (bij een veldwedstrijd) of afgevaardigde van het bestuur (bij een jachtpraktijkdag) én van de jachthouder.

H17 - Diploma's certificaten en prijzen

A. CLUBDIPLOMA’S

art. 17.1 Soorten diploma’s
De WFRG en de andere retrieverrasverenigingen, zoals genoemd in artikel 4.25, kennen de diploma's C, B en A.

art. 17.2 Beoordeling proef

  1. Tijdens een Clubdiplomadag wordt de uitvoering van een proef gewaardeerd met een cijfer van 6 t/m 10.
    • voldoende: 6
    • ruim voldoende: 7
    • goed: 8
    • zeer goed: 9
    • volmaakt:10
  2. Een proef, die onvoldoende wordt afgelegd, wordt gewaardeerd met de letter 'O' (onvoldoende).

art. 17.3 C-diploma Om het C-diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A t/m E tenminste een 6 hebben gekregen.

art. 17.4 B-diploma Om het B-diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A t/m H tenminste een 6 hebben gekregen.

art. 17.5 A-diploma

  1. 1. Om het A-diploma te behalen moet de hond voor alle proeven A t/m J tenminste een 6 hebben gekregen.
  2. Om proef I te mogen afleggen moet de hond voor de proeven A t/m H tenminste een 6 hebben gekregen, waarbij voor de apporteerproeven D t/m H tenminste een 7 gemiddeld moet zijn behaald.
  3. Om proef J te mogen afleggen moet de hond voor proef I tenminste een 6 hebben gekregen.

art. 17.6 Gevolgen diskwalificatie

  1. Aan een hond die wordt gediskwalificeerd (zie hoofdstuk 18) kan geen diploma meer worden uitgereikt, ook niet als (bijvoorbeeld) de C-onderdelen voldoende waren afgelegd en de diskwalificatie op een B-onderdeel is gegeven.
  2. Als een hond wordt gediskwalificeerd, is het direct einde wedstrijd en mogen er geen andere proeven meer worden afgelegd.
  3. De keurmeester noteert een 'D' (diskwalificatie). De organiserende instantie vermeldt deze uitslag op dezelfde wijze op de recapitulatiestaten.
  4. De afgevaardigde neemt in het afgevaardigdenrapport de diskwalificatie(s) als aparte vermelding op.

art. 17.7 Uitreiking diploma’s

  1. 1. De uit te reiken diploma's worden door het bestuur aan de organiserende instantie ter beschikking gesteld.
  2. Diploma's dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de afgevaardigde ondertekend, onmiddellijk na afloop van het JP-evenement aan de rechthebbende te worden uitgereikt.
  3. Diploma's worden niet nagezonden.

B. WORKINGTESTEN

art. 17.8 Verschillende niveaus

  1. Aan workingtesten kan op vier verschillende niveaus worden deelgenomen: C, B1, B2 en A.
  2. Bij het voldoende afleggen van de workingtest wordt een certificaat uitgereikt.

art. 17.9 Beoordeling

  1. Bij het afleggen van de (vijf) proeven, kunnen per proef maximaal 20 punten worden behaald.
  2. Een deelnemer ontvangt een certificaat als op alle proeven tezamen tenminste 60 punten zijn behaald.

art. 17.10 Certificaten

  1. De uit te reiken certificaten worden door het bestuur aan de organiserende instantie ter beschikking gesteld.
  2. Certificaten dienen, na volledig te zijn ingevuld en door de afgevaardigde ondertekend, onmiddellijk na afloop van de workingtest aan de deelnemer te worden uitgereikt
  3. Certificaten worden niet nagezonden.

C. PRIJZEN

JP-EVENEMENTEN

art. 17.11 Prijzen clubdiplomadagen

  1. Het bestuur stelt per categorie (C, B en A) drie prijzen beschikbaar voor de (drie) honden die, in hun categorie, de diploma's behalen met het hoogste puntenaantal (1e , 2e en 3e plaats).
  2. Bij een gelijk aantal punten, gaat de jongere hond voor de oudere en bepaalt de leeftijd van de honden dus de rangschikking.
  3. Een prijs kan alleen in de eigen categorie (C, B, of A), worden verkregen.
  4. Als er aan een proef uit een hogere categorie is deelgenomen, komt de hond, ongeacht het resultaat hiervan, niet meer in aanmerking voor een prijs in een lagere categorie. Dat geldt ook als een hond wordt aangemeld voor deelname aan de A-klasse, maar daar (om wat voor reden dan ook) uiteindelijk niet aan heeft deelgenomen.

art. 17.12 Prijzen workingtesten

  1. Het bestuur stelt per niveau (C, B1, B2 en A) drie prijzen beschikbaar voor de (drie) honden die, op hun niveau, de certificaten behalen met het hoogste puntenaantal (1e , 2e en 3e plaats).
  2. Bij een gelijk aantal punten, is het aantal binnengebrachte apporten bepalend voor de rangschikking.
  3. De afgevaardigde wijst vóór aanvang van de workingtest proeven aan die bepalend zijn voor de rangschikking in situaties waarbij er sprake is van een gelijk aantal punten en een gelijk aantal binnengebrachte apporten.

art. 17.13 Prijzen WFRG-Trofee
Het bestuur stelt voor de winnaar van de WFRG-Trofee een wisseltrofee beschikbaar (zie ook art. 9.12). Daarnaast ontvangt de winnaar een herinneringsprijs.

art. 17.14 Prijzen WFRG-Talentenjacht
Het bestuur stelt per klasse (Starters-, Novice-, Open- en indien van toepassing de Veteranenklasse) één prijs (de WFRG Talentenprijs ) beschikbaar voor de combinatie die in hun klasse als eerste is geplaatst.

art. 17.15 Prijzen Vut-Wedstrijd

  1. Het bestuur stelt drie prijzen beschikbaar voor de drie honden met het hoogste puntenaantal.
  2. Bij een gelijk aantal punten komt de oudste hond in aanmerking voor de hogere plaatsing.

art. 17.16 Prijzen teamwedstrijd
Het bestuur stelt drie prijzen beschikbaar voor drie teams met de hoogste aantallen punten. Bij een gelijk aantal punten geldt het bepaalde in artikel 17.12 lid 2 en 3.

art. 17.17 Prijzen Mock Trial
Het bestuur stelt per niveau drie prijzen beschikbaar voor de drie hoogstgeplaatste honden.

ORWEJA-EVENEMENTEN

art. 17.18 Bepaling rangschikking Orweja-evenementen
De onderlinge rangschikking op Orweja-evenementen wordt bepaald door het op dat evenement van toepassing zijnde Orweja Reglement.

art. 17.19 Prijzen MAP
Het bestuur stelt op de door de WFRG georganiseerde MAP per klasse (B en A) drie prijzen beschikbaar voor de drie hoogstgeplaatste honden.

art. 17.20 Prijzen SJP
Het bestuur stelt op de door de WFRG georganiseerde SJP(’s) per categorie (C, B en A) drie prijzen beschikbaar voor de drie hoogstgeplaatste honden.

art. 17.21 Prijzen OWT
Het bestuur stelt op de door de door de WFRG georganiseerde OWT per klasse (Starters, Novice en Open klasse) drie prijzen beschikbaar voor de drie hoogstgeplaatste honden.

H18 - Diskwalificatie / disciplinaire maatregelen

art. 18.1 Onderscheid diskwalificatie / disciplinaire maatregel

  1. Bij ongeoorloofd gedrag van een hond kan deze, als deelnemer, worden gediskwalificeerd.
  2. Bij ongeoorloofd gedrag van de voorjager kan aan hem, als begeleider van de hond, een disciplinaire maatregel worden opgelegd.

A. DISKWALIFICATIE HOND

art.18.2 Redenen diskwalificatie
Redenen voor diskwalificatie van de hond kunnen zijn:

  • agressief gedrag van de hond naar andere honden of mensen;
  • schotschuw zijn;
  • hard in de bek zijn;
  • het kapot bijten, aanvreten of zwaar beschadigen van dummy’s of wild;
  • het verstoppen of begraven van dummy’s of wild.

art. 18.3 Tijdens de proeven
Gedurende het verloop van een proef kan de keurmeester de hond diskwalificeren.

art. 18.4 Buiten de proeven
Buiten het verloop van een proef kan alleen de afgevaardigde een hond diskwalificeren.

art. 18.5 Melding diskwalificatie
Als een hond wordt gediskwalificeerd, dient dit direct aan de afgevaardigde en het wedstrijdsecretariaat te velde te worden gemeld.

art. 18.6 Gevolgen diskwalificatie

  1. Na diskwalificatie is de hond uitgesloten van verdere deelname aan de proef.
  2. Aan een gediskwalificeerde hond wordt geen diploma of certificaat uitgereikt.

art. 18.7 Vermelding
De afgevaardigde is verplicht één en ander in zijn afgevaardigde rapport te vermelden.

art. 18.8 Uitslag
Op de recapitulatiestaat dient achter de naam van de hond een 'D' geplaatst te worden.

art. 18.9 Beroep
Voor beroepsmogelijkheden, zie hoofdstuk 19.

B. DISCIPLINAIRE MAATREGELEN VOORJAGER

art.18.10 Redenen disciplinaire maatregelen
Redenen voor het opleggen van een disciplinaire maatregel aan een voorjager kunnen zijn:

  • het bij herhaling loslaten van de hond buiten de proeven om;
  • het mishandelen dan wel fysiek straffen van de eigen hond of andere honden;
  • het zich onbetamelijk gedragen, mondeling dan wel fysiek, naar keurmeester(s), afgevaardigde, helpers, wedstrijdorganisatie, mede-deelnemers of publiek;
  • het weigeren om de instructies van keurmeester(s), afgevaardigde of de wedstrijdorganisatie op te volgen;
  • het bij herhaling tonen van onsportief gedrag;
  • het bij herhaling niet naleven van de regels van dit reglement.

art. 18.11 Mogelijke disciplinaire maatregelen

  1. Aan de voorjager kunnen de navolgende disciplinaire maatregelen worden opgelegd:
    • mondelinge waarschuwing door de keurmeester of afgevaardigde;
    • uitsluiting van verdere deelname aan het betreffende evenement door de afgevaardigde;
    • schriftelijke waarschuwing van het bestuur;
    • uitsluiting van deelname aan JP-evenementen voor een periode van maximaal drie maanden.
  2. De zwaarte van de disciplinaire maatregel(en) dient evenredig te zijn met de ernst van de misdragingen van de voorjager.

art. 18.12 Beroep
Voor beroepsmogelijkheden, zie hoofdstuk 19.

H19 - Klachten en geschillen

art. 19.1 Klacht beoordeling keurmeester
Tegen de beoordeling van een hond door een keurmeester is geen beklag mogelijk, tenzij blijkt dat afgeweken is van dit reglement.

art. 19.2 Indienen klacht tijdens wedstrijddag

  1. Klachten over de proeven moeten ter plaatse en zo spoedig mogelijk na de aanleiding voor de klacht, doch uiterlijk voor de prijsuitreiking, aan de afgevaardigde worden voorgelegd.
  2. De afgevaardigde zal, als de aard van klacht zulks vereist, ter plaatse uitspraak doen.
  3. De uitspraak van de afgevaardigde is tijdens de wedstrijddag voor alle partijen bindend.
  4. Eventuele reclamaties over punten en/of puntentelling kunnen alleen op de dag van de wedstrijd bij de afgevaardigde of bij de wedstrijdleiding worden aangekaart.

art. 19.3 Indienen klacht na de wedstrijddag
Tegen uitspraken van een afgevaardigde kan binnen acht dagen na afloop van het JP-evenement per e-mail bij het secretariaat van het bestuur beklag worden gedaan. Klachten over een JP-evenement die niet zodanig spoedeisend waren dat de afgevaardigde zich daarover ter plaatse heeft willen uitspreken, kunnen eveneens binnen acht dagen na afloop van het JP-evenement per e-mail bij het secretariaat van het bestuur worden ingediend.

art. 19.4 Termijn beslissing bestuur

  1. Het bestuur is gehouden om, binnen negen weken na het indienen van een klacht als in artikel 19.3 is bedoeld, een oordeel te geven over de klacht.
  2. De secretaris van het bestuur zal, binnen een week nadat het bestuur tot hun oordeel is gekomen, de indiener van de klacht en (voor zover van toepassing) de persoon of personen tegen wie de klacht is gericht, schriftelijk informeren.
  3. Tegen het oordeel van het bestuur is geen beroep mogelijk.

art. 19.5 Meldplicht misstanden
Keurmeesters en de door de organiserende instantie aangewezen wedstrijdleider(s) zijn verplicht om een voorjager, die zich misdraagt ten opzichte van zijn hond of ten aanzien van wie of wat dan ook, bij de afgevaardigde te rapporteren. De afgevaardigde is verplicht van een en ander in zijn afgevaardigde rapport melding te maken.

H20 - Slotbepalingen

art. 20.1
Wijzigingen met betrekking tot dit reglement, zullen op de website van de WFRG worden gepubliceerd. Bekrachtiging van de wijzigingen vindt te allen tijde plaats via goedkeuring door het WFRG-bestuur.

art. 20.2 Afwijken reglement
Om uitzonderlijke redenen kan de afgevaardigde tijdens een JP-evenement afwijken van het gestelde in dit reglement. Hiervan dient melding te worden gemaakt in zijn rapport, met opgave van de reden van de afwijking.

art. 20.3 Onvoorziene gevallen
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij verschil van mening over toepassingen ervan, beslist het bestuur van de WFRG.

art. 20.4 Aansprakelijkheid

  1. Deelnemers aan de JP-evenementen stellen zich bloot aan bepaalde risico's die inherent zijn aan het deelnemen van de in dit reglement opgenomen JP-evenementen.
  2. De WFRG, het bestuur en/of de door het bestuur aangewezen organisaties kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, ongerief of nadeel, inbegrepen ongevallen, als direct gevolg van deelname aan de JP-evenementen, tenzij die schade het gevolg is van opzet of ernstige nalatigheid.